Artikel VII.216/152, WER
Art. VII.216/152. [1 Wanneer de aanbieding van de cheque, het opmaken van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring binnen de voorgeschreven termijnen wordt verhinderd door een onoverkomelijk beletsel (wettelijk voorschrift van enige Staat of ander geval van overmacht), worden deze termijnen verlengd.
De houder is verplicht van de overmacht aan zijn endossant onverwijld kennis te geven, en deze kennisgeving, gedagtekend en door hem ondertekend, op de cheque of op een verlengstuk te vermelden; voor het overige zijn de bepalingen van artikel VII.216/145 toepasselijk.
Na het ophouden van de overmacht moet de houder de cheque onverwijld ter betaling aanbieden, en, indien nodig, het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring doen opmaken.
Indien de overmacht meer dan vijftien dagen aanhoudt, te rekenen van de dag waarop de houder, al was het vóór het einde van de aanbiedingstermijn, van de overmacht aan zijn endossant heeft kennis gegeven, kan het recht van regres worden uitgeoefend, zonder dat de aanbieding, het opmaken van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring nodig zijn.
Als gevallen van overmacht worden niet beschouwd feiten welke van zuiver persoonlijke aard zijn voor de houder of voor degene die hij met de aanbieding van de cheque, het opmaken van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring heeft belast.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 159, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
De houder is verplicht van de overmacht aan zijn endossant onverwijld kennis te geven, en deze kennisgeving, gedagtekend en door hem ondertekend, op de cheque of op een verlengstuk te vermelden; voor het overige zijn de bepalingen van artikel VII.216/145 toepasselijk.
Na het ophouden van de overmacht moet de houder de cheque onverwijld ter betaling aanbieden, en, indien nodig, het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring doen opmaken.
Indien de overmacht meer dan vijftien dagen aanhoudt, te rekenen van de dag waarop de houder, al was het vóór het einde van de aanbiedingstermijn, van de overmacht aan zijn endossant heeft kennis gegeven, kan het recht van regres worden uitgeoefend, zonder dat de aanbieding, het opmaken van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring nodig zijn.
Als gevallen van overmacht worden niet beschouwd feiten welke van zuiver persoonlijke aard zijn voor de houder of voor degene die hij met de aanbieding van de cheque, het opmaken van het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring heeft belast.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 159, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
