Artikel XX.65, WER

Art. XX.65.[1 § 1. Wanneer de procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het afsluiten van een of meerdere minnelijke akkoorden, streeft de schuldenaar dit doel na onder het toezicht van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, met [4 de bijstand van de met toepassing van artikel XX.30 aangestelde herstructureringsdeskundige]4.
   § 2. De artikelen [4 8.22 van]4 het Burgerlijk Wetboek, XX.111, 2° en 3°, en XX.112 zijn niet toepasselijk op een minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan.
   § 3. Indien een minnelijk akkoord bereikt wordt, homologeert de rechtbank dit akkoord, oordelend op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerd rechter, verklaart het uitvoerbaar en sluit de procedure.
  [4 Indien de schuldenaar met één of meer van de in het akkoord betrokken schuldeisers geen minnelijk akkoord kan bereiken, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar, ten aanzien van deze schuldeisers gematigde termijnen verlenen zoals bedoeld in artikel 5.201 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval geldt de beslissing van de rechtbank ten aanzien van die betrokken schuldeisers als een minnelijk akkoord.]4
   § 4. De beslissing inzake homologatie of toekenning van gematigde termijnen kan de opdracht verlengen van de [4 herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.30]4 om de uitvoering van het minnelijk akkoord of van de verplichtingen van de schuldenaar te vergemakkelijken.
   § 5. Die beslissingen worden bekendgemaakt volgens de nadere regels bedoeld in artikel XX.48.
   § 6. Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de eventuele kostprijs de wettelijke formaliteiten inzake tegenwerpbaarheid aan derden van de door het minnelijk akkoord verleende rechten het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851.
   Wanneer de voorzitter van de rechtbank het einde van de opdracht van [4 de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.30]4 vaststelt, stelt hij zijn staat van kosten en ereloon vast.
   Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de schuldvordering op grond daarvan het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851.
   § 7. [4 ...]4
   § 8. De schuldeisers die partij zijn bij een minnelijk akkoord kunnen niet aansprakelijk worden gesteld door de schuldenaar, door een andere schuldeiser of door derden enkel en alleen omdat dat minnelijk akkoord de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten niet daadwerkelijk mogelijk heeft gemaakt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2021-03-21/02, art. 11, 097; Inwerkingtreding : 26-03-2021>
  (3)<W 2022-04-28/25, art. 24, 118; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
  (4)<W 2023-06-07/07, art. 91, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>

  
Bron: Justel