Artikel XI.49, WER
Art. XI.49.[1 § 1. Bij ontstentenis van een overeenkomst wordt de medeëigendom op een octrooiaanvraag of op een octrooi geregeld door de bepalingen van dit artikel.
§ 2. Elke mede-eigenaar heeft het recht om de uitvinding persoonlijk te exploiteren.
Geen mede-eigenaar mag de octrooiaanvraag of het octrooi met een recht bezwaren, een exploitatielicentie verlenen of een vordering wegens inbreuk instellen dan met instemming van de andere mede-eigenaar of, bij ontstentenis daarvan, met machtiging van de rechtbank.
De onverdeelde aandelen worden vermoed gelijk te zijn.
Wanneer een mede-eigenaar zijn aandeel wenst over te dragen heeft de andere mede-eigenaar een recht van voorkoop gedurende drie maanden nadat hem van het voornemen tot overdracht kennis is gegeven.
De meest gerede partij kan de voorzitter van de rechtbank vragen om volgens de regelen van het kortgeding een deskundige te benoemen om de voorwaarden van de overdracht vast te stellen. De conclusies van de deskundige zijn bindend tenzij binnen een maand na de mededeling ervan een partij laat weten dat zij van de overdracht afziet, in welk geval de desbetreffende uitgaven ten hare laste vallen.
§ 3. [2 De bepalingen van de hoofdstukken 1 en 4 van ondertitel 8 van titel 1 van boek 4]2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de medeëigendom van een octrooiaanvraag of van een octrooi.
§ 4. Een mede-eigenaar van een octrooiaanvraag of van een octrooi kan aan de andere mede-eigenaars zijn beslissing bekend maken om in hun voordeel af te zien van zijn aandeel. Vanaf de inschrijving van deze afstand in het register wordt deze mede-eigenaar ontlast van alle verplichtingen ten opzichte van de andere mede-eigenaars; deze verdelen het afgestane aandeel onder elkaar naar verhouding van hun rechten in de mede-eigendom, tenzij er een andere overeenkomst bestaat.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
(2)<W 2022-01-19/18, art. 40, 110; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
§ 2. Elke mede-eigenaar heeft het recht om de uitvinding persoonlijk te exploiteren.
Geen mede-eigenaar mag de octrooiaanvraag of het octrooi met een recht bezwaren, een exploitatielicentie verlenen of een vordering wegens inbreuk instellen dan met instemming van de andere mede-eigenaar of, bij ontstentenis daarvan, met machtiging van de rechtbank.
De onverdeelde aandelen worden vermoed gelijk te zijn.
Wanneer een mede-eigenaar zijn aandeel wenst over te dragen heeft de andere mede-eigenaar een recht van voorkoop gedurende drie maanden nadat hem van het voornemen tot overdracht kennis is gegeven.
De meest gerede partij kan de voorzitter van de rechtbank vragen om volgens de regelen van het kortgeding een deskundige te benoemen om de voorwaarden van de overdracht vast te stellen. De conclusies van de deskundige zijn bindend tenzij binnen een maand na de mededeling ervan een partij laat weten dat zij van de overdracht afziet, in welk geval de desbetreffende uitgaven ten hare laste vallen.
§ 3. [2 De bepalingen van de hoofdstukken 1 en 4 van ondertitel 8 van titel 1 van boek 4]2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de medeëigendom van een octrooiaanvraag of van een octrooi.
§ 4. Een mede-eigenaar van een octrooiaanvraag of van een octrooi kan aan de andere mede-eigenaars zijn beslissing bekend maken om in hun voordeel af te zien van zijn aandeel. Vanaf de inschrijving van deze afstand in het register wordt deze mede-eigenaar ontlast van alle verplichtingen ten opzichte van de andere mede-eigenaars; deze verdelen het afgestane aandeel onder elkaar naar verhouding van hun rechten in de mede-eigendom, tenzij er een andere overeenkomst bestaat.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
(2)<W 2022-01-19/18, art. 40, 110; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
Bron: Justel
