Artikel VII.123, WER

Art. VII.123. [1 § 1. Elke reclame- en marketingcommunicatie zoals bedoeld in artikel I.8, 23°, betreffende kredietovereenkomsten moet eerlijk, duidelijk en niet misleidend zijn.
  Elke reclame- en marketingcommunicatie vermeldt de identiteit en desgevallend het geografisch adres van de kredietgever en de kredietbemiddelaar die relevant zijn voor de betrekkingen met de consument.
  § 2. Verboden is elke reclame- en marketingcommunicatie voor een kredietovereenkomst die specifiek gericht is op :
  1° het aanzetten van de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, tot het opnemen van krediet;
  2° het benadrukken van het gemak of de snelheid waarmee het krediet kan worden verkregen;
  3° het aansporen tot hergroepering of centralisatie van lopende kredieten of die tot uiting brengt dat lopende kredietovereenkomsten bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen.
  Is eveneens verboden elke reclame- en marketingcomunicatie voor een kredietovereenkomst die :
  1° verwijst naar een vergunning, een registratie of een inschrijving als kredietgever of kredietbemiddelaar;
  2° door verwijzing naar maximale jaarlijkse kostenpercentages of naar de wettelijkheid van de toegepaste kostenpercentages de indruk wekt dat deze de enige zijn die kunnen worden toegepast.
  Iedere verwijzing naar het wettelijk toegestane maximale jaarlijkse kostenpercentage en naar de wettelijk toegestane maximale debetrentevoet moet ondubbelzinnig, leesbaar en goed zichtbaar of, in voorkomend geval, hoorbaar worden voorgesteld en moet het wettelijk toegestane maximale jaarlijkse kostenpercentage nauwkeurig aanduiden;
  3° aanduidt dat een kredietovereenkomst kan worden gesloten zonder informatie die zou toelaten de financiële toestand van de consument na te gaan;
  4° een andere identiteit, adres of hoedanigheid vermeldt dan door de adverteerder opgegeven in het raam van zijn erkenning, registratie of inschrijving;
  5° om een kredietsoort aan te duiden enkel een benaming hanteert die verschilt van degene die door dit boek worden aangewend;
  6° voordeeltarieven vermeldt zonder opgave van de bijzondere of beperkende voorwaarden waaraan de toekenning van deze tarieven is onderworpen;
  7° aanduidt met bewoordingen, tekenen of symbolen dat het kredietbedrag ter beschikking wordt gesteld in baar geld of contant;
  8° de vermelding "gratis krediet" of een gelijkaardige vermelding, anders dan de verwijzing naar het jaarlijkse kostenpercentage, bevat;
  9° waarin bewoordingen worden gebruikt die bij de consument valse verwachtingen kunnen scheppen betreffende de beschikbaarheid of de kosten van een krediet;
  10° een daad in de hand werkt die beschouwd moet worden als een niet-naleving van of een inbreuk op dit boek of zijn besluiten.]1
  ----------
  (1)<W 2016-04-22/01, art. 24, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>

  
Bron: Justel