Artikel VI.23, WER

Art. VI.23.[1 § 1. De duur van de uitverkoop is beperkt tot vijf maanden voor de gevallen bedoeld in artikel VI.22, 1° tot 8°, en tot twaalf maanden in het geval bedoeld in artikel VI.22, 9°. Onderbrekingen van de uitverkoop tijdens deze termijnen hebben geen schorsende werking. [3 Evenwel wordt de duurtijd van de uitverkoop die nog liep op 18 maart, datum van inwerkingtreding van het ministerieel besluit van 18 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID - 19 te beperken, geschorst voor de periode waarin de beperkende maatregelen van toepassing zijn die worden ingevoerd door artikel 1, § 1, van dit besluit.]3
  Elke aankondiging of andere reclame betreffende een uitverkoop vermeldt verplicht de aanvangsdatum van de uitverkoop.
  § 2. Behalve in de gevallen bedoeld in artikel VI.22, 1° en 7°, vindt elke uitverkoop plaats in de verkooppunten waar, of via de verkooptechnieken waarmee, hetzij de onderneming zelf, hetzij de overleden persoon of overdragende onderneming dezelfde goederen placht te koop te stellen.
  De onderneming die meent zich onmogelijk te kunnen schikken naar het eerste lid, kan bij de minister of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, bij een ter post aangetekende brief een afwijking aanvragen. Zij omschrijft hierbij nader de aangevoerde redenen en de plaats waar zij de uitverkoop wenst te houden. Binnen tien werkdagen wordt over dit verzoek beslist. Indien er binnen deze termijn geen met redenen omklede afwijzing wordt meegedeeld, wordt de afwijking geacht te zijn toegestaan.
  § 3. In uitverkoop mogen slechts goederen te koop aangeboden of verkocht worden die voor het begin van de uitverkoop deel uitmaken van de voorraad van de onderneming.
  In uitverkoop mogen nochtans eveneens te koop aangeboden of verkocht worden, de goederen die op het ogenblik van de gerechtelijke beslissing bedoeld in artikel VI.22, 1°, of op het ogenblik van het overlijden van de persoon die een onderneming uitbaatte bedoeld in artikel VI.22, 2°, of op het ogenblik van de ramp bedoeld in artikel VI.22, 7°, of op het ogenblik van de hinder bedoeld in artikel VI.22, 8°, het voorwerp zijn geweest van een bestelling die, gelet op haar omvang en datum, als normaal kan worden beschouwd.
  Indien de onderneming verscheidene verkoopsinrichtingen uitbaat, mogen, zonder de toestemming van de minister of van de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, geen goederen worden overgebracht van een inrichting naar de plaats waar de uitverkoop plaatsvindt.
  De toestemming wordt aangevraagd bij een ter post aangetekende brief met vermelding van de omstandigheden die het verzoek rechtvaardigen. Over dit verzoek wordt binnen tien werkdagen beslist. Bij ontstentenis van een met redenen omklede afwijzing binnen deze termijn, wordt verondersteld dat het toegestaan is de goederen over te brengen.
  § 4. [2 ...]2.
  § 5. De persoon die overgaat tot een uitverkoop zoals bedoeld in deze afdeling draagt de bewijslast dat is voldaan aan alle voorwaarden gesteld voor een dergelijke uitverkoop.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 8, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (3)<W 2020-05-27/03, art. 3, 085; Inwerkingtreding : 18-03-2020>

  
Bron: Justel