Artikel VII.31, WER

Art. VII.31. [1 § 1. Met betrekking tot betaalinstrumenten die overeenkomstig het raamcontract uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal 30 euro ofwel een uitgavenlimiet van 150 euro hebben of waarop maximaal een bedrag van 150 euro tegelijk kan worden opgeslagen, kunnen betalingsdienstaanbieders met hun betalingsdienstgebruikers overeenkomen dat:
  1° de artikelen VII.38, § 1, 2°, VII.39, 3° en 4°, en VII.44, § 3, niet van toepassing zijn als het betaalinstrument niet kan worden geblokkeerd of verder gebruik ervan niet kan worden voorkomen;
  2° de artikelen VII.42, VII.43, en VII.44, § 1, eerste en vierde lid, niet van toepassing zijn als het betaalinstrument anoniem wordt gebruikt of de betalingsdienstaanbieder om andere redenen inherent aan het betaalinstrument niet het bewijs kan leveren dat de betalingstransactie is toegestaan;
  3° in afwijking van artikel VII.49, § 1, de betalingsdienstaanbieder niet verplicht is de betalingsdienstgebruiker in kennis te stellen van de weigering van een betalingsopdracht als uit de context duidelijk blijkt dat de opdracht niet is uitgevoerd;
  4° in afwijking van artikel VII.50 de betaler de betalingsopdracht niet kan herroepen, nadat hij de betalingsopdracht heeft overgemaakt of de begunstigde heeft ingestemd met de uitvoering van de betalingstransactie;
  5° in afwijking van de artikelen VII.53 en VII.54, andere uitvoeringstermijnen worden toegepast.
  § 2. Voor binnenlandse betalingstransacties kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in paragraaf 1, eerste lid, genoemde bedragen verlagen of verdubbelen, en voor voorafbetaalde betaalinstrumenten verhogen tot 500 euro.
  § 3. De artikelen VII.43 en VII.44 zijn ook van toepassing op elektronisch geld, tenzij de betalingsdienstaanbieder van de betaler niet de mogelijkheid heeft de betaalrekening waarop het elektronisch geld is opgeslagen te blokkeren of het betaalinstrument te blokkeren, en de rekening waarop het elektronisch geld opgeslagen is of het instrument voldoet aan de gebruiksvoorwaarden zoals bedoeld in de inleidende bepaling van paragraaf 1.
  § 4. De Koning kan de afwijking van de toepassing van de artikelen VII. 43 en VII. 44 beperken tot betaalrekeningen waarop het elektronisch geld is opgeslagen, of tot betaalinstrumenten met een bepaalde waarde.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>

  
Bron: Justel