Artikel VII.216/18, WER

Art. VII.216/18. [1 Zij die uit hoofde van de wisselbrief worden aangesproken, kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhoudingen tot de trekker of tot vroegere houders, niet aan de houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de wisselbrief desbewust ten nadele van de schuldenaar heeft gehandeld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 107, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel