Artikel XVII.74, WER
Art. XVII.74. [1 § 1. Op verzoek van elk van de partijen bij het geding die een met redenen omkleed verzoek heeft ingediend met feitelijke gegevens en redelijkerwijs beschikbare en voldoende bewijzen om de aannemelijkheid van zijn verzoek te staven, kan de rechter ten aanzien van een andere partij of een derde de overlegging gelasten van specifieke relevante bewijsstukken of relevante categorieën bewijsmateriaal, die zich in zijn bezit bevinden. Deze moeten zo nauwkeurig en zo eng mogelijk worden omschreven.
§ 2. De rechter beperkt de overlegging van het bewijsmateriaal tot wat evenredig is. Hierbij houdt de rechter rekening met de rechtmatige belangen van alle betrokken partijen en derden. Hij houdt in het bijzonder rekening met de volgende elementen:
1° de mate waarin het verzoek tot overlegging van het bewijsmateriaal wordt ondersteund door feitelijke gegevens en beschikbare bewijzen die dit verzoek verantwoorden;
2° de omvang en de kosten van het overleggen van het bewijsmateriaal, in het bijzonder voor betrokken derden, onder meer om te voorkomen dat op niet-specifieke wijze toegang wordt gezocht tot informatie waarvan het niet waarschijnlijk is dat zij relevant is voor de partijen in de procedure;
3° de mogelijkheid dat het bewijsmateriaal waarvan de overlegging gevraagd wordt vertrouwelijke informatie bevat, in het bijzonder met betrekking tot eventuele derden, en de bestaande maatregelen tot bescherming van deze vertrouwelijke informatie, overeenkomstig artikel XVII.75.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 20, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
§ 2. De rechter beperkt de overlegging van het bewijsmateriaal tot wat evenredig is. Hierbij houdt de rechter rekening met de rechtmatige belangen van alle betrokken partijen en derden. Hij houdt in het bijzonder rekening met de volgende elementen:
1° de mate waarin het verzoek tot overlegging van het bewijsmateriaal wordt ondersteund door feitelijke gegevens en beschikbare bewijzen die dit verzoek verantwoorden;
2° de omvang en de kosten van het overleggen van het bewijsmateriaal, in het bijzonder voor betrokken derden, onder meer om te voorkomen dat op niet-specifieke wijze toegang wordt gezocht tot informatie waarvan het niet waarschijnlijk is dat zij relevant is voor de partijen in de procedure;
3° de mogelijkheid dat het bewijsmateriaal waarvan de overlegging gevraagd wordt vertrouwelijke informatie bevat, in het bijzonder met betrekking tot eventuele derden, en de bestaande maatregelen tot bescherming van deze vertrouwelijke informatie, overeenkomstig artikel XVII.75.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 20, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
Bron: Justel
