Artikel XX.83/20, WER

Art. XX.83/20.[1 De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting en kapitaalhouders. In de mate dat de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.
   De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.
   De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de in artikel XX.41, § 2, eerste lid, 7°, bedoelde lijst noch in het reorganisatieplan, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van artikel XX.83/5, en die geen aanleiding hebben gegeven tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. Indien de schuldeiser echter niet behoorlijk werd ingelicht tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige schuldvorderingen.
   Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.
   Artikel XX.111, 2°, is niet van toepassing op de betalingen verricht door de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het plan.
   Onverminderd de [2 artikelen 9.1.42 tot 9.1.50 van het Burgerlijk Wetboek]2, komt het plan de medeschuldenaars en de stellers van persoonlijke zekerheden niet ten goede. Het standpunt van een schuldeiser betreffende het plan, doet geen afbreuk aan de rechten die de schuldeiser kan laten gelden tegen de derde die zekerheid heeft gesteld.
   De gevolgen van het collectief akkoord komen ten goede aan de [2 consument die een persoonlijke zekerheid heeft gesteld in de zin van artikel 9.1.42, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek]2 voor de schuldenaar en wiens verzoek, bedoeld in artikel XX.54, § 3, werd ingewilligd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 146, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  (2)<W 2025-06-05/09, art. 9, 142; Inwerkingtreding : 01-01-2026>

  
Bron: Justel