Artikel XI.342/1, WER
Art. XI.342/1.[1 § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de arbeidsrechtbank, neemt de [2 ondernemingsrechtbank]2, zelfs wanneer de partijen geen ondernemingen zijn, kennis van alle vorderingen inzake het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, ongeacht het bedrag van de vordering.
§ 2. Tot kennisneming van de vordering bedoeld in paragraaf 1 is alleen bevoegd:
1° de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft in het rechtsgebied waarin het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim plaatsvond of, naar keuze van de eiser, de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft, in het rechtsgebied waarin de verweerder of een van de verweerders zijn woon- of verblijfplaats heeft;
2° de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft, in het rechtsgebied waarin de eiser zijn woon- of verblijfplaats heeft, ingeval de verweerder, of een van de verweerders, in het Rijk geen woon- of verblijfplaats heeft.
§ 3. Is van rechtswege nietig elke met de bepalingen van de paragrafen 1 en 2 strijdige overeenkomst.
De bepalingen van dit artikel staan nochtans niet in de weg dat de geschillen betreffende het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, voor de scheidsgerechten gebracht worden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-30/18, art. 21, 064; Inwerkingtreding : 24-08-2018>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
§ 2. Tot kennisneming van de vordering bedoeld in paragraaf 1 is alleen bevoegd:
1° de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft in het rechtsgebied waarin het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim plaatsvond of, naar keuze van de eiser, de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft, in het rechtsgebied waarin de verweerder of een van de verweerders zijn woon- of verblijfplaats heeft;
2° de rechtbank die is gevestigd waar het hof van beroep zijn zetel heeft, in het rechtsgebied waarin de eiser zijn woon- of verblijfplaats heeft, ingeval de verweerder, of een van de verweerders, in het Rijk geen woon- of verblijfplaats heeft.
§ 3. Is van rechtswege nietig elke met de bepalingen van de paragrafen 1 en 2 strijdige overeenkomst.
De bepalingen van dit artikel staan nochtans niet in de weg dat de geschillen betreffende het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, voor de scheidsgerechten gebracht worden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-30/18, art. 21, 064; Inwerkingtreding : 24-08-2018>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
