Artikel XI.336/3, WER

Art. XI.336/3. [1 § 1. Wanneer de rechter vaststelt dat er sprake is van onrechtmatige verkrijging, onrechtmatig gebruik of onrechtmatige openbaarmaking van een bedrijfsgeheim, kan hij, op verzoek van de houder van het bedrijfsgeheim, jegens de inbreukmaker een of meer van de volgende maatregelen bevelen:
   1° de staking van, of, indien van toepassing, het verbod op de verkrijging, het gebruik of de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim;
   2° het verbod om inbreukmakende goederen te produceren, aan te bieden, in de handel te brengen of te gebruiken, of om inbreukmakende goederen voor deze doeleinden in te voeren, uit te voeren of op te slaan;
   3° het terugroepen van de inbreukmakende goederen van de markt;
   4° het ontdoen van de inbreukmakende goederen van hun inbreukmakende hoedanigheid;
   5° de vernietiging van de inbreukmakende goederen of, indien van toepassing, het uit de handel nemen ervan, op voorwaarde dat het uit de handel nemen geen afbreuk doet aan de bescherming van het betrokken bedrijfsgeheim;
   6° de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de documenten, voorwerpen, materialen, substanties of elektronische bestanden die het bedrijfsgeheim bevatten of belichamen, of, indien van toepassing, de gehele of gedeeltelijke overhandiging aan de houder van het bedrijfsgeheim van die documenten, voorwerpen, materialen, substanties of elektronische bestanden.
   § 2. Wanneer de rechter beveelt de inbreukmakende goederen uit de handel te nemen, kan hij op verzoek van de houder van het bedrijfsgeheim bevelen dat deze goederen aan de houder of aan een liefdadigheidsorganisatie worden overhandigd.
   § 3. De maatregelen bedoeld in paragraaf 1, 3° tot 6°, worden uitgevoerd op kosten van de inbreukmaker, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
   § 4. De maatregelen bedoeld in dit artikel doen geen afbreuk aan enige schadevergoeding die aan de houder van het bedrijfsgeheim verschuldigd kan zijn vanwege het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-07-30/18, art. 15, 064; Inwerkingtreding : 24-08-2018>
  

  
Bron: Justel