Artikel XV.10/3, WER

Art. XV.10/3.[1 § 1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op inzage worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:
   1° de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
   2° een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.
   § 2. Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.
   Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.
   De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op inzage rechtvaardigt.
   § 3. Bij ontvangst van een verzoek tot inzage, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.
   De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op inzage en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1 genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.
   De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
   De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.
   De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
   Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
   Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:
   1° de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;
   2° het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;
   3° een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;
   4° de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;
   5° contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;
   6° de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;
   7° een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.
   De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste.]1
  ----------
  (1)<W 2023-11-05/07, art. 38, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>

  
Bron: Justel