Artikel VII.216/59, WER

Art. VII.216/59. [1 De acceptant bij tussenkomst is tegenover de houder en tegenover de endossanten die de wisselbrief hebben geëndosseerd na degene voor wie de tussenkomst is geschied, op dezelfde wijze als deze laatste verbonden.
   Niettegenstaande de acceptatie bij tussenkomst kunnen degene voor wie zij werd gedaan, en degenen die tegenover hem regresplichtig zijn, van de houder, tegen terugbetaling van de bij artikel VII.216/49 aangewezen som, de afgifte van de wisselbrief, van het protest en van een voor voldaan getekende rekening vorderen, indien daartoe aanleiding bestaat.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 122, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel