Artikel XVII.8, WER

Art. XVII.8.[1 Onverminderd de eventuele toepassing van artikel VI. 104 en van artikel [2 XVII.1/4]2 op de daarin bedoelde daden kan de vordering wegens schending van artikel XVII.2 enkel worden ingesteld op verzoek van de minister die voor de betrokken aangelegenheid bevoegd is.
  De vordering op grond van artikel XVII.2, 9°, wordt ingesteld op verzoek van de minister bevoegd voor het Leefmilieu. Het Comité dat is opgericht bij de wet van 14 juli 1994 inzake de oprichting van het Comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk kan aan de minister voorstellen een dergelijke vordering aanhangig te maken.
  De vordering op grond van artikel XVII.2, 2° tot 6°, voor wat betreft het beletten van het toezicht uitgeoefend krachtens de wetten betreffende het bijhouden van sociale documenten, of deze op grond van artikel XVII.2, 8° en 13°, wordt ingesteld op verzoek van de minister of de leidinggevende ambtenaar van de bevoegde inspectiedienst bedoeld in artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-26/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2024-04-21/10, art. 3, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>

  
Bron: Justel