Artikel VII.216/63, WER

Art. VII.216/63. [1 De betaling bij tussenkomst moet worden vastgesteld door een kwijting, geplaatst op de wisselbrief met aanwijzing van degene voor wie zij is gedaan. Bij gebreke van die aanwijzing wordt de betaling geacht voor de trekker te zijn gedaan.
   De wisselbrief en het protest, indien dit is opgemaakt, moeten worden uitgeleverd aan hem die bij tussenkomst betaalt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 124, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel