Artikel XI.51, WER
Art. XI.51. [1 § 1. Een octrooiaanvraag of een octrooi kan, geheel of gedeeltelijk, het voorwerp uitmaken van contractuele licenties voor het Rijk of voor een deel ervan. De licenties kunnen uitsluitend of niet-uitsluitend zijn. Ze moeten op straffe van nietigheid bij schriftelijke akte geschieden.
§ 2. De uit de octrooiaanvraag of uit het octrooi voortvloeiende rechten kunnen worden ingeroepen tegen een licentiehouder die een van de in paragraaf 1 bedoelde grenzen van zijn licentie overschrijdt.
§ 3. Artikel XI.50, § 5, is van toepassing op het verlenen van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi.
§ 4. Het verlenen van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi en elke wijziging aangebracht aan het attest bedoeld in het volgende lid moeten aan de Dienst medegedeeld worden.
Deze mededeling geschiedt door het indienen van een door de partijen ondertekend attest. De Koning bepaalt de inhoud en de modaliteiten van dit attest. Hij kan een taks vaststellen die, vóór de inschrijving van het attest in het register, dient te worden betaald.
De Koning houdt bij het al dan niet bepalen van de taks, en desgevallend bij het vaststellen van de hoogte van de taks, minstens rekening met de volgende criteria :
1° de toegankelijkheid tot het Belgische octrooisysteem;
2° de verhouding tussen de kost voor de Dienst voor het beheer van de in het tweede lid bedoelde taks, en de inkomsten die deze taks genereert; en
3° de verspreiding van informatie aan derden over het statuut van het octrooi of van de octrooiaanvraag.
§ 5. Het verlenen van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi en elke wijziging aangebracht aan het attest voorzien in voorgaande paragraaf kunnen ten opzichte van de Dienst slechts uitwerking hebben en aan derden worden tegengesteld na de inschrijving in het register van het attest of van het wijzigingsattest en wel in de omvang die blijkt uit voormelde attesten. Artikel XI.50, § 6, tweede zin, is van toepassing.
§ 6. De overdracht van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi moet op straffe van nietigheid schriftelijk gebeuren. Zij moet aan de Dienst medegedeeld worden.
Artikel XI.50, §§ 3 tot en met 6, is van overeenkomstige toepassing op de overdracht van de licentie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
§ 2. De uit de octrooiaanvraag of uit het octrooi voortvloeiende rechten kunnen worden ingeroepen tegen een licentiehouder die een van de in paragraaf 1 bedoelde grenzen van zijn licentie overschrijdt.
§ 3. Artikel XI.50, § 5, is van toepassing op het verlenen van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi.
§ 4. Het verlenen van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi en elke wijziging aangebracht aan het attest bedoeld in het volgende lid moeten aan de Dienst medegedeeld worden.
Deze mededeling geschiedt door het indienen van een door de partijen ondertekend attest. De Koning bepaalt de inhoud en de modaliteiten van dit attest. Hij kan een taks vaststellen die, vóór de inschrijving van het attest in het register, dient te worden betaald.
De Koning houdt bij het al dan niet bepalen van de taks, en desgevallend bij het vaststellen van de hoogte van de taks, minstens rekening met de volgende criteria :
1° de toegankelijkheid tot het Belgische octrooisysteem;
2° de verhouding tussen de kost voor de Dienst voor het beheer van de in het tweede lid bedoelde taks, en de inkomsten die deze taks genereert; en
3° de verspreiding van informatie aan derden over het statuut van het octrooi of van de octrooiaanvraag.
§ 5. Het verlenen van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi en elke wijziging aangebracht aan het attest voorzien in voorgaande paragraaf kunnen ten opzichte van de Dienst slechts uitwerking hebben en aan derden worden tegengesteld na de inschrijving in het register van het attest of van het wijzigingsattest en wel in de omvang die blijkt uit voormelde attesten. Artikel XI.50, § 6, tweede zin, is van toepassing.
§ 6. De overdracht van een licentie voor een octrooiaanvraag of voor een octrooi moet op straffe van nietigheid schriftelijk gebeuren. Zij moet aan de Dienst medegedeeld worden.
Artikel XI.50, §§ 3 tot en met 6, is van overeenkomstige toepassing op de overdracht van de licentie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
Bron: Justel
