Artikel VII.147, WER
Art. VII.147.[1 § 1. [2 Koppelverkoop is verboden. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar eveneens verboden om de consument te verplichten in het raam van het sluiten van een kredietovereenkomst, een andere overeenkomst te ondertekenen bij de kredietgever, de kredietbemiddelaar of een door hen aangewezen derde, tenzij het een gebundelde verkoop betreft.]2
[3 § 1/1. De voorwaardelijke vermindering op de kost van het krediet, en in het bijzonder op de debetrentevoet, toegekend in het raam van een gebundelde verkoop is enkel toegestaan voor een van de verzekeringen bedoeld in artikel VII.146, § 1, tweede lid, zonder dat het noodzakelijk een aangehecht contract moet zijn, en voor een betaalrekening als bedoeld in artikel I.9, 8°.
De voorwaardelijke vermindering wordt voor elke voorwaarde afzonderlijk aangeboden en in de kredietovereenkomst vastgelegd.
De kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar mag de consument geen bemiddelaar voor de aangeduide dienstverlener opleggen om de voorwaardelijke vermindering van een gebundelde verkoop bij het sluiten van de kredietovereenkomst te kunnen behouden.
In het raam van een voorwaardelijke vermindering is de kredietgever verplicht het verlaagde tarief van de kredietovereenkomst zonder extra kosten te handhaven indien de consument gebruik maakt van zijn recht om te veranderen naar een dienstverlener van zijn keuze:
1° na het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst;
2° voor het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst, indien gedurende die periode:
a) de verzekeraar een tariefverhoging toepast, met dien verstande dat de toepassing van de ABEX-index op de verzekerde waarde geen tariefverhoging vormt in de betekenis van deze bepaling;
b) de verzekering bedoeld in het eerste lid is opgezegd nadat een schadegeval is ontstaan;
c) de consument de kaderovereenkomst van zijn betaalrekening, die deel uitmaakt van de gebundelde verkoop die recht geeft op een voorwaardelijke vermindering, beëindigt in het raam van een overstapdienst betaalrekeningen als bepaald in boek VII, titel 3, hoofdstuk 9/1.
De duur van de kredietovereenkomst in het vierde lid betreft de oorspronkelijk overeengekomen duur vanaf de ondertekening van de kredietovereenkomst.
De consument handhaaft de domiciliëring die de betaling van de termijnbedragen op de vervaldata van zijn kredietovereenkomst waarborgt indien dit een voorwaarde is van de kredietovereenkomst.
De kredietovereenkomst vermeldt vanaf wanneer de consument kan veranderen van dienstverlener van elke verzekering en van de betaalrekening die deel uitmaakt van de gebundelde verkoop bedoeld in het vierde lid, met behoud van het verlaagde tarief.
De kredietgever is gehouden de consument tijdens de duur van de kredietovereenkomst de exacte datum van het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst bedoeld in het vierde lid mee te delen op diens eenvoudig verzoek.
De vermelding in het zevende lid en de plicht van de kredietgever in het achtste lid staan duidelijk en beknopt in de buurt van het verlaagde tarief bedoeld in het vierde lid.]3
[2 § 1/2. Indien de kredietgever, of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, het afsluiten van een nevendienst of een aangehecht contract bedingt, is hij gehouden de door de consument voorgestelde dienstverlener, die verschillend is van de dienstverlener die werd verkozen door de kredietgever, te aanvaarden, indien die een gelijkwaardige nevendienst aanbiedt of, in voorkomend geval, een gelijkwaardig aangehecht contract aanbiedt voor eenzelfde of een lagere prijs. De kredietgever stelt de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek van de consument op een duurzame drager in kennis van zijn besluit tot aanvaarding of weigering van de dienstverlener, voorgesteld door de consument. Elke beslissing tot weigering door de kredietgever van de dienstverlener, voorgesteld door de consument, is expliciet en omvat de volledige motivering van de weigering alsook, in voorkomend geval, de ontbrekende informatie en garanties. De bewijslast dat de consument de vrije keuze heeft gehad met betrekking tot het sluiten van ieder nevendienstovereenkomst, die bijkomend met de kredietovereenkomst wordt gesloten, komt toe aan de kredietgever en de kredietbemiddelaar.]2
§ 2. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar eveneens verboden om bij het sluiten van een kredietovereenkomst, van de consument te bedingen om het ontleende kapitaal, geheel of gedeeltelijk, in pand te geven, of om het, geheel of gedeeltelijk, te bestemmen als deposito of voor de aankoop van effecten of andere financiële instrumenten.]1
----------
(1)<W 2016-04-22/01, art. 24, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(2)<W 2023-11-05/07, art. 21, 123; Inwerkingtreding : 01-06-2024>
(3)<W 2024-05-03/21, art. 18, 135; Inwerkingtreding : 01-06-2024>
[3 § 1/1. De voorwaardelijke vermindering op de kost van het krediet, en in het bijzonder op de debetrentevoet, toegekend in het raam van een gebundelde verkoop is enkel toegestaan voor een van de verzekeringen bedoeld in artikel VII.146, § 1, tweede lid, zonder dat het noodzakelijk een aangehecht contract moet zijn, en voor een betaalrekening als bedoeld in artikel I.9, 8°.
De voorwaardelijke vermindering wordt voor elke voorwaarde afzonderlijk aangeboden en in de kredietovereenkomst vastgelegd.
De kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar mag de consument geen bemiddelaar voor de aangeduide dienstverlener opleggen om de voorwaardelijke vermindering van een gebundelde verkoop bij het sluiten van de kredietovereenkomst te kunnen behouden.
In het raam van een voorwaardelijke vermindering is de kredietgever verplicht het verlaagde tarief van de kredietovereenkomst zonder extra kosten te handhaven indien de consument gebruik maakt van zijn recht om te veranderen naar een dienstverlener van zijn keuze:
1° na het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst;
2° voor het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst, indien gedurende die periode:
a) de verzekeraar een tariefverhoging toepast, met dien verstande dat de toepassing van de ABEX-index op de verzekerde waarde geen tariefverhoging vormt in de betekenis van deze bepaling;
b) de verzekering bedoeld in het eerste lid is opgezegd nadat een schadegeval is ontstaan;
c) de consument de kaderovereenkomst van zijn betaalrekening, die deel uitmaakt van de gebundelde verkoop die recht geeft op een voorwaardelijke vermindering, beëindigt in het raam van een overstapdienst betaalrekeningen als bepaald in boek VII, titel 3, hoofdstuk 9/1.
De duur van de kredietovereenkomst in het vierde lid betreft de oorspronkelijk overeengekomen duur vanaf de ondertekening van de kredietovereenkomst.
De consument handhaaft de domiciliëring die de betaling van de termijnbedragen op de vervaldata van zijn kredietovereenkomst waarborgt indien dit een voorwaarde is van de kredietovereenkomst.
De kredietovereenkomst vermeldt vanaf wanneer de consument kan veranderen van dienstverlener van elke verzekering en van de betaalrekening die deel uitmaakt van de gebundelde verkoop bedoeld in het vierde lid, met behoud van het verlaagde tarief.
De kredietgever is gehouden de consument tijdens de duur van de kredietovereenkomst de exacte datum van het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst bedoeld in het vierde lid mee te delen op diens eenvoudig verzoek.
De vermelding in het zevende lid en de plicht van de kredietgever in het achtste lid staan duidelijk en beknopt in de buurt van het verlaagde tarief bedoeld in het vierde lid.]3
[2 § 1/2. Indien de kredietgever, of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, het afsluiten van een nevendienst of een aangehecht contract bedingt, is hij gehouden de door de consument voorgestelde dienstverlener, die verschillend is van de dienstverlener die werd verkozen door de kredietgever, te aanvaarden, indien die een gelijkwaardige nevendienst aanbiedt of, in voorkomend geval, een gelijkwaardig aangehecht contract aanbiedt voor eenzelfde of een lagere prijs. De kredietgever stelt de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek van de consument op een duurzame drager in kennis van zijn besluit tot aanvaarding of weigering van de dienstverlener, voorgesteld door de consument. Elke beslissing tot weigering door de kredietgever van de dienstverlener, voorgesteld door de consument, is expliciet en omvat de volledige motivering van de weigering alsook, in voorkomend geval, de ontbrekende informatie en garanties. De bewijslast dat de consument de vrije keuze heeft gehad met betrekking tot het sluiten van ieder nevendienstovereenkomst, die bijkomend met de kredietovereenkomst wordt gesloten, komt toe aan de kredietgever en de kredietbemiddelaar.]2
§ 2. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar eveneens verboden om bij het sluiten van een kredietovereenkomst, van de consument te bedingen om het ontleende kapitaal, geheel of gedeeltelijk, in pand te geven, of om het, geheel of gedeeltelijk, te bestemmen als deposito of voor de aankoop van effecten of andere financiële instrumenten.]1
----------
(1)<W 2016-04-22/01, art. 24, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(2)<W 2023-11-05/07, art. 21, 123; Inwerkingtreding : 01-06-2024>
(3)<W 2024-05-03/21, art. 18, 135; Inwerkingtreding : 01-06-2024>
Bron: Justel
