Artikel VI.109/6, WER
Art. VI.109/6. [1 Worden als oneerlijk beschouwd, tenzij zij eerder op duidelijke en ondubbelzinnige wijze zijn overeengekomen in de leveringsovereenkomst of in een daaropvolgende overeenkomst tussen de leverancier en de afnemer, de volgende marktpraktijken:
1° de afnemer retourneert onverkochte landbouw- en voedingsproducten aan de leverancier zonder betaling voor die onverkochte producten of zonder betaling voor de verwijdering van die producten;
2° van de leverancier wordt een vergoeding verlangd voor de opslag, de uitstalling of de opname in het assortiment van zijn landbouw- en voedingsproducten, of voor het op de markt aanbieden van dergelijke producten;
3° de afnemer verlangt van de leverancier dat hij alle of een deel van de kosten draagt van kortingen voor landbouw- en voedingsproducten die in het kader van een promotieactie door de afnemer zijn verkocht.
Een dergelijke praktijk wordt echter niet oneerlijk geacht indien de afnemer vóór een promotieactie op zijn eigen initiatief de periode waarin de promotie plaatsvindt en de verwachte hoeveelheid landbouw- en voedingsproducten die zal worden besteld tegen de na aftrek van de korting verkregen prijs, specificeert.
De afnemer verstrekt voorafgaand aan elke promotionele actie een schriftelijke raming van het door de leverancier te betalen bedrag en/of de elementen waarop deze raming is gebaseerd.
De leverancier gaat uitdrukkelijk akkoord met deze kosten. Is dit niet het geval, dan dient hij deze niet te dragen;
4° de afnemer verlangt van de leverancier dat hij betaalt voor het maken van reclame voor landbouw- en voedingsproducten door de afnemer;
5° de afnemer verlangt van de leverancier dat hij betaalt voor de marketing van landbouw- en voedingsproducten door de afnemer;
6° de afnemer verlangt van de leverancier dat hij personeel betaalt voor de inrichting van de ruimten die voor de verkoop van de producten van deze leverancier worden gebruikt.
Indien door de afnemer een vergoeding voor de in het eerste lid onder 2°, 3°, 4°, 5° en 6°, omschreven situaties wordt verlangd, dan verstrekt de afnemer de leverancier een schriftelijke raming van het te betalen bedrag, per stuk of in totaal naargelang wat passend is, alsmede voor zover het gaat om de situaties als bedoeld in het eerste lid onder 2°, 4°, 5°, of 6°, een schriftelijke raming van de kosten voor de leverancier en van de elementen waarop die raming is gebaseerd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2021-11-28/08, art. 7, 102; Inwerkingtreding : 25-12-2021>
1° de afnemer retourneert onverkochte landbouw- en voedingsproducten aan de leverancier zonder betaling voor die onverkochte producten of zonder betaling voor de verwijdering van die producten;
2° van de leverancier wordt een vergoeding verlangd voor de opslag, de uitstalling of de opname in het assortiment van zijn landbouw- en voedingsproducten, of voor het op de markt aanbieden van dergelijke producten;
3° de afnemer verlangt van de leverancier dat hij alle of een deel van de kosten draagt van kortingen voor landbouw- en voedingsproducten die in het kader van een promotieactie door de afnemer zijn verkocht.
Een dergelijke praktijk wordt echter niet oneerlijk geacht indien de afnemer vóór een promotieactie op zijn eigen initiatief de periode waarin de promotie plaatsvindt en de verwachte hoeveelheid landbouw- en voedingsproducten die zal worden besteld tegen de na aftrek van de korting verkregen prijs, specificeert.
De afnemer verstrekt voorafgaand aan elke promotionele actie een schriftelijke raming van het door de leverancier te betalen bedrag en/of de elementen waarop deze raming is gebaseerd.
De leverancier gaat uitdrukkelijk akkoord met deze kosten. Is dit niet het geval, dan dient hij deze niet te dragen;
4° de afnemer verlangt van de leverancier dat hij betaalt voor het maken van reclame voor landbouw- en voedingsproducten door de afnemer;
5° de afnemer verlangt van de leverancier dat hij betaalt voor de marketing van landbouw- en voedingsproducten door de afnemer;
6° de afnemer verlangt van de leverancier dat hij personeel betaalt voor de inrichting van de ruimten die voor de verkoop van de producten van deze leverancier worden gebruikt.
Indien door de afnemer een vergoeding voor de in het eerste lid onder 2°, 3°, 4°, 5° en 6°, omschreven situaties wordt verlangd, dan verstrekt de afnemer de leverancier een schriftelijke raming van het te betalen bedrag, per stuk of in totaal naargelang wat passend is, alsmede voor zover het gaat om de situaties als bedoeld in het eerste lid onder 2°, 4°, 5°, of 6°, een schriftelijke raming van de kosten voor de leverancier en van de elementen waarop die raming is gebaseerd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2021-11-28/08, art. 7, 102; Inwerkingtreding : 25-12-2021>
Bron: Justel
