Artikel III.49, WER

Art. III.49.[1 § 1. [2 Vooraleer haar activiteiten te starten, is elke onderneming gehouden zich bij een ondernemingsloket naar keuze in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen in de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige onderneming. Deze inschrijving moet uitgevoerd worden voor zover de activiteiten worden uitgeoefend in of vanuit een vestigingseenheid.]2
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, zijn niet verplicht zich in te schrijven in de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige ondernemingen :
   1° [2 ...]2
   2° de natuurlijke personen die enkel in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven zijn met als enige hoedanigheid deze van werkgever van huispersoneel;
   3° de beroepsverenigingen;
   4° de inrichtende machten van het gesubsidieerde onderwijs;
   5° publiekrechtelijke rechtspersonen, die niet de vorm van een vennootschap of een andere rechtspersoon naar privaat recht hebben aangenomen;
   6° de natuurlijke persoon waarvan de zelfstandige beroepsactiviteit bestaat uit het uitoefenen van één of meerdere bestuursmandaten;
   7° de verenigingen van mede-eigenaars;
   8° de representatieve werknemersorganisaties;
   9° natuurlijke personen die in België een activiteit uitoefenen die inkomsten als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 genereren, voor de activiteit verbonden met die inkomsten, zolang die inkomsten niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
   10° andere ondernemingen bepaald door de Koning.
   § 3. De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen met de hoedanigheid van inschrijvingsplichtige onderneming vormt, behoudens tegenbewijs, een vermoeden van de hoedanigheid van onderneming.]1
  ----------
  (1)<W 2018-04-15/14, art. 70, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018, en wat betreft vzw's : onbepaald >
  (2)<W 2024-02-09/19, art. 14, 129; Inwerkingtreding : 31-03-2024>

  
Bron: Justel