Artikel XI.55, WER

Art. XI.55.[1 § 1. De houder van een octrooi kan er op elk moment geheel of gedeeltelijk afstand van doen door een [2 schriftelijk en ondertekend verzoek]2 gericht aan de minister. [2 Het verzoek tot]2 van afstand wordt ingeschreven in het register.
  Het octrooi kan niet zodanig via een afstand worden gewijzigd dat het voorwerp ervan verder reikt dan de inhoud van de aanvraag zoals zij werd ingediend.
  Het octrooi kan niet zodanig via een afstand worden gewijzigd dat de beschermingsomvang wordt uitgebreid ten opzichte van de laatste van kracht zijnde versie van het octrooi.
  § 2. De gehele afstand heeft het verval van het octrooi tot gevolg op de datum van de inschrijving van [2 het verzoek]2 in het register. Als op die datum de jaartaks echter nog niet werd betaald, treedt het verval van het octrooi in werking bij het einde van de periode gedekt door de laatst betaalde jaartaks.
  § 3. De afstand kan worden beperkt tot één of meerdere conclusies van het octrooi of tot een gedeelte van een conclusie of van meerdere conclusies. De gedeeltelijke afstand heeft het verval van de rechten verbonden aan de conclusie of aan de conclusies of aan gedeelten ervan waarvan afstand wordt gedaan, tot gevolg op de datum van de inschrijving van [2 het verzoek]2 in het register.
  § 4. [2 Het verzoek tot]2 afstand van het octrooi moet vergezeld zijn van :
  1° de conclusie(s) of het gedeelte ervan waarvan de octrooihouder verklaart afstand te doen;
  2° desgevallend van de volledige tekst van de gewijzigde conclusie(s) die de octrooihouder wenst te handhaven alsmede desgevallend van de beschrijving en de tekeningen zoals gewijzigd.
  [2 Het verzoek tot]2 afstand kan slechts op één octrooi betrekking hebben.
  § 5. In geval van mede-eigendom, moet de gehele of gedeeltelijke afstand worden uitgevoerd door alle mede-eigenaars.
  § 6. Indien rechten van vruchtgebruik, pand- of licentierechten ingeschreven zijn in het register, kan enkel met instemming van de houders van deze rechten geheel of gedeeltelijk afstand van het octrooi worden gedaan.
  § 7. Er kan geen gehele of gedeeltelijke afstand worden gedaan van een octrooi dat voorwerp is van een opeising van eigendom, van een in beslag genomen octrooi of van een octrooi dat voorwerp is geweest van een beslissing tot verlening van een gedwongen licentie.
  § 8. De bepalingen van dit artikel zijn naar analogie toepasselijk op de octrooiaanvraag.
  § 9. Elke afstand uitgevoerd in overtreding van de paragrafen 6 en 7 is van rechtswege nietig.
  § 10. De Koning bepaalt de modaliteiten van de procedure van afstand bij de Dienst en bepaalt het bedrag en de wijze van betaling van de bijdrage die de Dienst kan innen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
  (2)<W 2019-05-02/28, art. 18, 077; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  
Bron: Justel