Artikel XX.62, WER
Art. XX.62.[1 § 1. Wanneer de schuldenaar kennelijk niet meer in staat is de continuïteit van het geheel of een gedeelte van zijn activa of van zijn activiteiten te verzekeren overeenkomstig [2 , wanneer de schorsing niet langer de onderhandelingen over het reorganisatieplan ondersteunt]2 of wanneer de informatie die aan de gedelegeerd rechter, aan de rechtbank of aan de schuldeisers is verstrekt bij de neerlegging van het verzoekschrift of later kennelijk onvolledig of onjuist is, kan de rechtbank de voortijdige beëindiging van de procedure van gerechtelijke reorganisatie [2 of overdracht onder gerechtelijk gezag]2 bevelen bij een vonnis dat de procedure afsluit.
§ 2. De rechtbank doet uitspraak op verzoekschrift van de schuldenaar, [2 of de gerechtsmandataris,]2 op dagvaarding van het openbaar ministerie of van iedere belanghebbende, gericht tegen de schuldenaar, na het verslag van de gedelegeerd rechter en het advies of de vorderingen van het openbaar ministerie te hebben gehoord.
In dat geval kan de rechtbank in hetzelfde vonnis het faillissement van de schuldenaar uitspreken of, indien de schuldenaar een rechtspersoon is, de gerechtelijke vereffening uitspreken, wanneer zulks gevraagd is in het verzoek en aan de voorwaarden hiertoe wordt voldaan.
§ 3. Wanneer de gedelegeerd rechter van oordeel is dat de voortijdige beëindiging van de procedure [2 ...]2 verantwoord is in het licht van paragraaf 1, stelt hij een verslag op dat hij in het register neerlegt en aan het openbaar ministerie mededeelt.
De schuldenaar wordt bij gerechtsbrief opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen binnen acht dagen na het plaatsen van het verslag in het register. In de gerechtsbrief wordt vermeld dat het verslag in het register is neergelegd, dat de schuldenaar ter terechtzitting zal worden gehoord en dat het openbaar ministerie daar de beëindiging van de procedure van gerechtelijke reorganisatie [2 of van overdracht onder gerechtelijk gezag]2 kan vorderen.
Ter terechtzitting wordt de schuldenaar gehoord en kan het openbaar ministerie, waarvan het advies wordt gehoord, in voorkomend geval de voortijdige beëindiging van de procedure vorderen.
§ 4. Het vonnis wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bij artikel XX.48, bepaalde nadere regels en er wordt kennis van gegeven aan de schuldenaar per gerechtsbrief.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
(2)<W 2023-06-07/07, art. 86, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
§ 2. De rechtbank doet uitspraak op verzoekschrift van de schuldenaar, [2 of de gerechtsmandataris,]2 op dagvaarding van het openbaar ministerie of van iedere belanghebbende, gericht tegen de schuldenaar, na het verslag van de gedelegeerd rechter en het advies of de vorderingen van het openbaar ministerie te hebben gehoord.
In dat geval kan de rechtbank in hetzelfde vonnis het faillissement van de schuldenaar uitspreken of, indien de schuldenaar een rechtspersoon is, de gerechtelijke vereffening uitspreken, wanneer zulks gevraagd is in het verzoek en aan de voorwaarden hiertoe wordt voldaan.
§ 3. Wanneer de gedelegeerd rechter van oordeel is dat de voortijdige beëindiging van de procedure [2 ...]2 verantwoord is in het licht van paragraaf 1, stelt hij een verslag op dat hij in het register neerlegt en aan het openbaar ministerie mededeelt.
De schuldenaar wordt bij gerechtsbrief opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen binnen acht dagen na het plaatsen van het verslag in het register. In de gerechtsbrief wordt vermeld dat het verslag in het register is neergelegd, dat de schuldenaar ter terechtzitting zal worden gehoord en dat het openbaar ministerie daar de beëindiging van de procedure van gerechtelijke reorganisatie [2 of van overdracht onder gerechtelijk gezag]2 kan vorderen.
Ter terechtzitting wordt de schuldenaar gehoord en kan het openbaar ministerie, waarvan het advies wordt gehoord, in voorkomend geval de voortijdige beëindiging van de procedure vorderen.
§ 4. Het vonnis wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bij artikel XX.48, bepaalde nadere regels en er wordt kennis van gegeven aan de schuldenaar per gerechtsbrief.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
(2)<W 2023-06-07/07, art. 86, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
Bron: Justel
