Artikel XVII.11, WER
Art. XVII.11. [1 De vordering tot staking kan worden ingesteld tegen een onderneming voor handelspraktijken van haar agent gehanteerd buiten de verkoopruimten van die agent, wanneer de agent zijn identiteit niet duidelijk kenbaar heeft gemaakt en zijn identiteit redelijkerwijze ook niet kon gekend zijn door degene die de vordering tot staking instelt.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-26/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-26/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
Bron: Justel
