Artikel XVII.1/1, WER
Art. XVII.1/1. [1 § 1. De in artikel XVII.1, § 1, bedoelde erkenning blijft onbeperkt in de tijd geldig. Zij kan evenwel door de minister worden ingetrokken. De minister kan op eender welk ogenblik onderzoeken of de bevoegde instantie nog voldoet aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 1, en doet dit minstens in de volgende gevallen:
1° indien de rechter tijdens de rechtspleging vaststelt, nadat de verweerder daarover ernstige twijfels heeft opgeworpen, dat de bevoegde instantie niet meer aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 1, beantwoordt, in welk geval de griffie hiervan een kopie bezorgt aan de minister;
2° indien de minister een bericht ontvangt van de Europese Commissie of van een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte dat zij eraan twijfelt of de betrokken bevoegde instantie voldoet aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 1; en
3° in ieder geval vóór het verstrijken van een termijn van vijf jaar vanaf de datum waarop de erkenning is toegekend, dan wel vanaf de laatste datum waarop een dergelijk onderzoek heeft plaatsgevonden.
In geval van intrekking van de erkenning kan de bevoegde instantie een nieuw verzoek tot erkenning aan de minister richten, dat toegekend wordt indien deze instantie aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 1, voldoet.
§ 2. De in artikel XVII.1, § 4, bedoelde erkenning blijft onbeperkt in de tijd geldig. Zij kan evenwel door de minister bevoegd voor Middenstand worden ingetrokken. De minister bevoegd voor Middenstand kan op eender welk ogenblik onderzoeken of de rechtspersoon waarvan het statutair doel de verdediging van de collectieve belangen van kmo's is, nog voldoet aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 4, en doet dit minstens in de volgende gevallen:
1° indien de rechter tijdens de rechtspleging vaststelt, nadat de verweerder daarover ernstige twijfels heeft opgeworpen, dat de rechtspersoon waarvan het statutair doel de verdediging van de collectieve belangen van kmo's is, niet meer aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 4, beantwoordt, in welk geval de griffie hiervan een kopie bezorgt aan de minister bevoegd voor Middenstand;
2° in ieder geval vóór het verstrijken van een termijn van vijf jaar vanaf de datum waarop de erkenning is toegekend, dan wel vanaf de laatste datum waarop een dergelijk onderzoek heeft plaatsgevonden.
In geval van intrekking van de erkenning kan de rechtspersoon waarvan het statutair doel de verdediging van de collectieve belangen van kmo's is, een nieuw verzoek tot erkenning aan de minister bevoegd voor Middenstand richten, dat toegekend wordt indien deze instantie aan de criteria bedoeld in XVII.1, § 4, voldoet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-04-21/10, art. 9, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
1° indien de rechter tijdens de rechtspleging vaststelt, nadat de verweerder daarover ernstige twijfels heeft opgeworpen, dat de bevoegde instantie niet meer aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 1, beantwoordt, in welk geval de griffie hiervan een kopie bezorgt aan de minister;
2° indien de minister een bericht ontvangt van de Europese Commissie of van een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte dat zij eraan twijfelt of de betrokken bevoegde instantie voldoet aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 1; en
3° in ieder geval vóór het verstrijken van een termijn van vijf jaar vanaf de datum waarop de erkenning is toegekend, dan wel vanaf de laatste datum waarop een dergelijk onderzoek heeft plaatsgevonden.
In geval van intrekking van de erkenning kan de bevoegde instantie een nieuw verzoek tot erkenning aan de minister richten, dat toegekend wordt indien deze instantie aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 1, voldoet.
§ 2. De in artikel XVII.1, § 4, bedoelde erkenning blijft onbeperkt in de tijd geldig. Zij kan evenwel door de minister bevoegd voor Middenstand worden ingetrokken. De minister bevoegd voor Middenstand kan op eender welk ogenblik onderzoeken of de rechtspersoon waarvan het statutair doel de verdediging van de collectieve belangen van kmo's is, nog voldoet aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 4, en doet dit minstens in de volgende gevallen:
1° indien de rechter tijdens de rechtspleging vaststelt, nadat de verweerder daarover ernstige twijfels heeft opgeworpen, dat de rechtspersoon waarvan het statutair doel de verdediging van de collectieve belangen van kmo's is, niet meer aan de criteria bedoeld in artikel XVII.1, § 4, beantwoordt, in welk geval de griffie hiervan een kopie bezorgt aan de minister bevoegd voor Middenstand;
2° in ieder geval vóór het verstrijken van een termijn van vijf jaar vanaf de datum waarop de erkenning is toegekend, dan wel vanaf de laatste datum waarop een dergelijk onderzoek heeft plaatsgevonden.
In geval van intrekking van de erkenning kan de rechtspersoon waarvan het statutair doel de verdediging van de collectieve belangen van kmo's is, een nieuw verzoek tot erkenning aan de minister bevoegd voor Middenstand richten, dat toegekend wordt indien deze instantie aan de criteria bedoeld in XVII.1, § 4, voldoet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-04-21/10, art. 9, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
Bron: Justel
