Artikel XX.83/18, WER
Art. XX.83/18. [1 § 1. Als het plan in een of meerdere categorieën niet wordt goedgekeurd, kan het niettemin overeenkomstig artikel XX.83/15 ter homologatie aan de rechtbank worden voorgelegd en aan de niet-instemmende categorieën worden opgelegd, als het plan ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° het voldoet aan artikel XX.83/17;
2° het is goedgekeurd door: i) één van de twee bestaande categorieën; of, indien er meer categorieën bestaan, ii) een meerderheid van de stemmende categorieën, op voorwaarde dat ten minste één van die categorieën een categorie door een zakelijke zekerheid gedekte schuldeisers is of hoger in rang is dan de categorie gewone schuldeisers in de opschorting of, indien dit niet het geval is, iii) ten minste één categorie van betrokken schuldeisers die redelijkerwijs geacht kan worden betaling te ontvangen indien de normale rangorde van voorrang bij vereffening zou worden toegepast;
3° het niet in het nadeel van een van de niet-instemmende categorieën afwijkt van de bestaande wettelijke of contractuele rangorde die in het raam van een vereffening zou bestaan, tenzij voor die afwijking een redelijke grond bestaat en de genoemde schuldeisers of kapitaalhouders daardoor niet kennelijk worden benadeeld;
4° geen enkele categorie van betrokken partijen ontvangt of behoudt in het kader van het reorganisatieplan meer dan het volledige bedrag van haar vorderingen of belangen.
§ 2. Het plan wijkt niet af van de wettelijke of conventionele rangorde bedoeld in paragraaf 1, 3°, als kapitaalhouders in een rechtspersoon zich ertoe verbinden om in een rechtspersoon een belang aan te houden in ruil voor nieuwe financiering of als kapitaalhouders cruciaal zijn voor de continuïteit van de onderneming en zich ertoe verbinden om gedurende een redelijke termijn hun deelneming in de onderneming in stand te houden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 142, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
1° het voldoet aan artikel XX.83/17;
2° het is goedgekeurd door: i) één van de twee bestaande categorieën; of, indien er meer categorieën bestaan, ii) een meerderheid van de stemmende categorieën, op voorwaarde dat ten minste één van die categorieën een categorie door een zakelijke zekerheid gedekte schuldeisers is of hoger in rang is dan de categorie gewone schuldeisers in de opschorting of, indien dit niet het geval is, iii) ten minste één categorie van betrokken schuldeisers die redelijkerwijs geacht kan worden betaling te ontvangen indien de normale rangorde van voorrang bij vereffening zou worden toegepast;
3° het niet in het nadeel van een van de niet-instemmende categorieën afwijkt van de bestaande wettelijke of contractuele rangorde die in het raam van een vereffening zou bestaan, tenzij voor die afwijking een redelijke grond bestaat en de genoemde schuldeisers of kapitaalhouders daardoor niet kennelijk worden benadeeld;
4° geen enkele categorie van betrokken partijen ontvangt of behoudt in het kader van het reorganisatieplan meer dan het volledige bedrag van haar vorderingen of belangen.
§ 2. Het plan wijkt niet af van de wettelijke of conventionele rangorde bedoeld in paragraaf 1, 3°, als kapitaalhouders in een rechtspersoon zich ertoe verbinden om in een rechtspersoon een belang aan te houden in ruil voor nieuwe financiering of als kapitaalhouders cruciaal zijn voor de continuïteit van de onderneming en zich ertoe verbinden om gedurende een redelijke termijn hun deelneming in de onderneming in stand te houden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 142, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
Bron: Justel
