Artikel XIII.4, WER

Art. XIII.4. [1 Een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad stelt nadere voorschriften vast omtrent de voordracht van de effectieve en plaatsvervangende leden, alsmede nadere voorschriften omtrent de werkwijze van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
  De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven maakt zijn huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring aan de Koning wordt voorgelegd.
  Dit reglement voorziet ook in de organisatie van de samenwerking tussen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de overeenkomstig Titel 2 in de schoot van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven opgerichte bijzondere raadgevende commissies.
  Een koninklijk besluit, genomen op met redenen omkleed verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, stelt het kader en het statuut van het personeel van het secretariaat, evenals de werkwijze ervan vast.
  De secretaris en de adjunct-secretaris worden, na overleg met de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, benoemd en ontslagen door de Koning.
  De overige leden van het personeel worden benoemd en ontslagen door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
  De door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven opgemaakte jaarlijkse begroting wordt, met het voorstel tot toelage, ter goedkeuring voorgelegd aan de minister, die de nodige kredieten op de begroting van de FOD Economie inschrijft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>

  
Bron: Justel