Artikel XV.17/1, WER

Art. XV.17/1. [1 § 1. De ambtenaren van de FOD Economie bedoeld in artikel XV.2 werken samen met de autoriteiten van de andere lidstaten om de taken te vervullen bedoeld in de richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en de taken bedoeld in de richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties.
   Ze verlenen eveneens assistentie aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten.
   § 2. De FOD Economie voorziet de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten die overeenkomstig het artikel 36, (1) van de in paragraaf 1 bedoelde richtlijn 2014/17/EU en artikel 22, (1) van de in paragraaf 1 bedoelde richtlijn 2014/92/EU zijn aangeduid, onverwijld van alle gegevens die ze nodig hebben voor het vervullen van hun opdrachten die zijn omschreven in deze richtlijnen.
   De FOD Economie kan bij het uitwisselen van gegevens aangeven dat die gegevens alleen met zijn uitdrukkelijke instemming mogen worden doorgegeven. De gegevens mogen in dat geval alleen worden uitgewisseld voor de doeleinden waarmee de FOD Economie heeft ingestemd.
   De FOD Economie mag de ontvangen informatie aan de FSMA of de Bank doorgeven. Behalve wanneer de omstandigheden dit afdoende rechtvaardigen, in welk geval de FOD Economie onverwijld het contactpunt dat de gegevens heeft geleverd op de hoogte stelt, mag de informatie aan andere instanties of natuurlijke of rechtspersonen alleen worden doorgeven met de uitdrukkelijke instemming van de bevoegde autoriteiten die de informatie hebben meegedeeld, en uitsluitend voor de doeleinden waarmee die autoriteiten hebben ingestemd.
   § 3. De in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren van de FOD Economie kunnen het verzoek tot samenwerking bij onderzoek of toezicht dan wel tot uitwisseling van informatie, overeenkomstig paragraaf 2, alleen afwijzen indien:
   1° het onderzoek, de verificatie ter plaatse, het toezicht of de uitwisseling van informatie gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van de Belgische Staat;
   2° voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingesteld;
   3° tegen dezelfde personen en voor dezelfde feiten reeds een definitieve uitspraak is gedaan in België.
   In geval van dergelijke weigering, stelt de FOD Economie de verzoekende bevoegde autoriteit in kennis van de afwijzing, met een zo uitvoerig mogelijke opgave van de redenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/28, art. 29, 077; Inwerkingtreding : 01-06-2019>
  

  
Bron: Justel