Artikel VII.216/149, WER

Art. VII.216/149. [1 De houder kan van degene tegen wie hij zijn recht van regres uitoefent, vorderen :
   1° het niet betaalde bedrag van de cheque;
   2° een interest berekend tegen de wettelijke rentevoet op die som, te rekenen van de dag waarop hij deze betaald heeft;
   3° de kosten van protest of van de daarmee gelijkstaande verklaring, die van de gedane kennisgevingen, alsmede de andere kosten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 159, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel