Artikel VII.48, WER

Art. VII.48. [1 § 1. Het tijdstip van ontvangst van de betalingsopdracht is het tijdstip waarop de betalingsdienstaanbieder van de betaler de betalingsopdracht ontvangt.
  De rekening van de betaler wordt slechts na ontvangst van de betalingsopdracht gedebiteerd.
  Indien het tijdstip van ontvangst voor de betalingsdienstaanbieder niet op een werkdag valt, wordt de betalingsopdracht geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen.
  De betalingsdienstaanbieder kan een uiterst tijdstip aan het einde van een werkdag vaststellen, na welk tijdstip ieder ontvangen betalingsopdracht wordt geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen.
  § 2. Indien de betalingsdienstgebruiker die de betalingsopdracht initieert en de betalingsdienstaanbieder overeenkomen dat de uitvoering van de betalingsopdracht aanvangt op hetzij een specifieke dag, hetzij aan het einde van een bepaalde periode, hetzij op de dag waarop de betaler geldmiddelen ter beschikking van de betalingsdienstaanbieder heeft gesteld, wordt het tijdstip van ontvangst van de opdracht voor de toepassing van artikel VII.53 geacht op de overeengekomen dag te vallen.
  Indien de overeengekomen dag geen werkdag is voor de betalingsdienstaanbieder, wordt de ontvangen betalingsopdracht geacht op de eerstvolgende werkdag te zijn ontvangen.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>

  
Bron: Justel