Artikel VII.105, WER
Art. VII.105.[3 § 1. De kredietgever beschikt over adequaat beleid en adequate procedures, zodat hij zich inspant om waar passend een redelijke mate van tolerantie aan te houden alvorens een handhavingsprocedure in te leiden. Bij dergelijke respijtmaatregelen wordt onder andere rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de consument en de maatregelen kunnen uitsluitend bestaan uit het voorleggen van een kredietovereenkomst bedoeld in artikel VII.3, § 3, 6°.
Er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch enige andere kosten aangerekend voor de respijtmaatregelen in het kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele bedongen kosten bij normale uitvoering van het contract, toegepast over de periode van de respijtmaatregelen.]3
[3 § 2.]3 [1 Elk beding dat voorziet in het verval van de termijnbepaling of in een uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde, is verboden en wordt als niet geschreven beschouwd, tenzij :
1° ingeval de consument ten minste [2 twee termijnbedragen]2 of een bedrag gelijk aan 20 pct. van het totale door de consument terug te betalen bedrag niet heeft betaald en hij één maand [2 na het versturen van een aangetekende zending met ingebrekestelling]2 zijn verplichtingen niet is nagekomen. Die regels moeten door de kredietgever bij de consument in herinnering worden gebracht bij de ingebrekestelling;
2° ingeval de consument het goed vervreemdt vóór het betalen van de prijs, of het gebruikt in strijd met de bedongen voorwaarden van de overeenkomst, terwijl de kredietgever zich de eigendom ervan had voorbehouden of er, overeenkomstig de regelen inzake financieringshuur, nog geen eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden;
3° ingeval de consument het kredietbedrag bedoeld in de artikelen VII. 100 en VII. 101 overschrijdt, en hij, een maand [2 na het versturen van een aangetekende zending met ingebrekestelling]2, zijn verplichtingen niet is nagekomen. Die regels moeten door de kredietgever aan de consument in herinnering worden gebracht bij de ingebrekestelling.
Onverminderd de toepassing van artikel VII. 98 is elk beding dat voorziet dat de kredietgever op elk ogenblik de terugbetaling van het opgenomen kredietbedrag kan eisen verboden en wordt dit als niet geschreven beschouwd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2016-04-22/01, art. 17, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(3)<W 2024-12-20/49, art. 41, 139; Inwerkingtreding : 24-01-2025>
Er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch enige andere kosten aangerekend voor de respijtmaatregelen in het kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele bedongen kosten bij normale uitvoering van het contract, toegepast over de periode van de respijtmaatregelen.]3
[3 § 2.]3 [1 Elk beding dat voorziet in het verval van de termijnbepaling of in een uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde, is verboden en wordt als niet geschreven beschouwd, tenzij :
1° ingeval de consument ten minste [2 twee termijnbedragen]2 of een bedrag gelijk aan 20 pct. van het totale door de consument terug te betalen bedrag niet heeft betaald en hij één maand [2 na het versturen van een aangetekende zending met ingebrekestelling]2 zijn verplichtingen niet is nagekomen. Die regels moeten door de kredietgever bij de consument in herinnering worden gebracht bij de ingebrekestelling;
2° ingeval de consument het goed vervreemdt vóór het betalen van de prijs, of het gebruikt in strijd met de bedongen voorwaarden van de overeenkomst, terwijl de kredietgever zich de eigendom ervan had voorbehouden of er, overeenkomstig de regelen inzake financieringshuur, nog geen eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden;
3° ingeval de consument het kredietbedrag bedoeld in de artikelen VII. 100 en VII. 101 overschrijdt, en hij, een maand [2 na het versturen van een aangetekende zending met ingebrekestelling]2, zijn verplichtingen niet is nagekomen. Die regels moeten door de kredietgever aan de consument in herinnering worden gebracht bij de ingebrekestelling.
Onverminderd de toepassing van artikel VII. 98 is elk beding dat voorziet dat de kredietgever op elk ogenblik de terugbetaling van het opgenomen kredietbedrag kan eisen verboden en wordt dit als niet geschreven beschouwd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2016-04-22/01, art. 17, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(3)<W 2024-12-20/49, art. 41, 139; Inwerkingtreding : 24-01-2025>
Bron: Justel
