Artikel XI.336/4, WER
Art. XI.336/4. [1 § 1. Bij het beslissen over een eis tot vaststelling van rechterlijke bevelen en corrigerende maatregelen als bedoeld in artikel XI.336/3 en bij het beoordelen van de evenredigheid ervan, houdt de rechter rekening met de specifieke omstandigheden van het geval, met inbegrip van, in voorkomend geval:
1° de waarde of andere specifieke kenmerken van het bedrijfsgeheim;
2° de maatregelen die zijn genomen om het bedrijfsgeheim te beschermen;
3° de handelwijze van de inbreukmaker bij het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
4° de effecten van het onrechtmatig gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
5° de rechtmatige belangen van de partijen en de mogelijke gevolgen van het bevelen of afwijzen van de maatregelen voor de partijen;
6° de rechtmatige belangen van derden;
7° het algemeen belang; en
8° de bescherming van grondrechten.
Wanneer de rechter de looptijd van de in artikel XI.336/3, § 1, 1° en 2°, bedoelde maatregelen beperkt, moet deze looptijd voldoende lang zijn om de handels- en economische voordelen teniet te doen die de inbreukmaker zou hebben kunnen halen uit het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim.
§ 2. De in artikel XI.336/3, § 1, 1° en 2°, bedoelde maatregelen worden, op verzoek van de persoon jegens wie deze maatregelen kunnen worden bevolen, herroepen of hebben op een andere wijze niet langer uitwerking, indien de desbetreffende informatie niet langer voldoet aan de vereisten van artikel I.17/1, 1°, op gronden die niet direct of indirect aan deze persoon kunnen worden toegerekend.
§ 3. Op verzoek van de persoon jegens wie de in artikel XI.336/3 bedoelde maatregelen kunnen worden bevolen, kan de rechter bevelen om in plaats van de toepassing van deze maatregelen een geldelijke schadeloosstelling te betalen aan de benadeelde partij, indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° op het moment van het gebruiken of openbaar maken wist de betrokkene niet of had hij gezien de omstandigheden niet hoeven weten dat het bedrijfsgeheim werd verkregen van een andere persoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte;
2° de uitvoering van de betrokken maatregelen zou die persoon onevenredige schade toebrengen; en
3° de geldelijke schadeloosstelling aan de benadeelde partij lijkt redelijkerwijs bevredigend.
Wanneer geldelijke schadeloosstelling wordt bevolen in plaats van de in artikel XI.336/3, § 1, onder 1° en 2°, genoemde maatregelen, mag deze niet meer bedragen dan het bedrag van de royalty's of vergoedingen die verschuldigd waren geweest indien die persoon toestemming had gevraagd om het desbetreffende bedrijfsgeheim te gebruiken, voor de periode waarin het gebruik van het bedrijfsgeheim verboden had kunnen worden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-30/18, art. 16, 064; Inwerkingtreding : 24-08-2018>
1° de waarde of andere specifieke kenmerken van het bedrijfsgeheim;
2° de maatregelen die zijn genomen om het bedrijfsgeheim te beschermen;
3° de handelwijze van de inbreukmaker bij het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
4° de effecten van het onrechtmatig gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim;
5° de rechtmatige belangen van de partijen en de mogelijke gevolgen van het bevelen of afwijzen van de maatregelen voor de partijen;
6° de rechtmatige belangen van derden;
7° het algemeen belang; en
8° de bescherming van grondrechten.
Wanneer de rechter de looptijd van de in artikel XI.336/3, § 1, 1° en 2°, bedoelde maatregelen beperkt, moet deze looptijd voldoende lang zijn om de handels- en economische voordelen teniet te doen die de inbreukmaker zou hebben kunnen halen uit het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim.
§ 2. De in artikel XI.336/3, § 1, 1° en 2°, bedoelde maatregelen worden, op verzoek van de persoon jegens wie deze maatregelen kunnen worden bevolen, herroepen of hebben op een andere wijze niet langer uitwerking, indien de desbetreffende informatie niet langer voldoet aan de vereisten van artikel I.17/1, 1°, op gronden die niet direct of indirect aan deze persoon kunnen worden toegerekend.
§ 3. Op verzoek van de persoon jegens wie de in artikel XI.336/3 bedoelde maatregelen kunnen worden bevolen, kan de rechter bevelen om in plaats van de toepassing van deze maatregelen een geldelijke schadeloosstelling te betalen aan de benadeelde partij, indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
1° op het moment van het gebruiken of openbaar maken wist de betrokkene niet of had hij gezien de omstandigheden niet hoeven weten dat het bedrijfsgeheim werd verkregen van een andere persoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte;
2° de uitvoering van de betrokken maatregelen zou die persoon onevenredige schade toebrengen; en
3° de geldelijke schadeloosstelling aan de benadeelde partij lijkt redelijkerwijs bevredigend.
Wanneer geldelijke schadeloosstelling wordt bevolen in plaats van de in artikel XI.336/3, § 1, onder 1° en 2°, genoemde maatregelen, mag deze niet meer bedragen dan het bedrag van de royalty's of vergoedingen die verschuldigd waren geweest indien die persoon toestemming had gevraagd om het desbetreffende bedrijfsgeheim te gebruiken, voor de periode waarin het gebruik van het bedrijfsgeheim verboden had kunnen worden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-30/18, art. 16, 064; Inwerkingtreding : 24-08-2018>
Bron: Justel
