Artikel XI.64/4, WER

Art. XI.64/4. [1 Elke persoon die onderdaan is van een lidstaat, die op wettige wijze is gevestigd in een lidstaat om er het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, en die voor het eerst het beroep van octrooigemachtigde in België uitoefent zonder zich naar het Belgisch grondgebied te begeven, dient voorafgaandelijk aan deze uitoefening daartoe te voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1° als het beroep van octrooigemachtigde niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging, dit beroep te hebben uitgeoefend in een of meer lidstaten gedurende ten minste een jaar tijdens de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting;
   2° een schriftelijke verklaring te hebben ingediend, waarvan de Koning de vereiste inhoud, de bestemmeling en de overige nadere regels bepaalt.
   Voor de eerste dienstverrichting, of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter eveneens de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot en met d), van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 11, 061; Inwerkingtreding : 01-04-2024>
  

  
Bron: Justel