Artikel VII.62/3, WER
Art. VII.62/3. [1 § 1. Indien een consument de betalingsdienstaanbieder bij welke hij een betaalrekening aanhoudt, in kennis stelt van zijn voornemen een betaalrekening te openen bij een in een ander land gevestigde betalingsdienstaanbieder, biedt eerstgenoemde betalingsdienstaanbieder, na ontvangst van het desbetreffende verzoek, de consument de volgende bijstand aan:
1° het kosteloos verstrekken van een lijst van alle bestaande doorlopende betalingsopdrachten, van alle voor en door de betaler-schuldenaar aangestuurde mandaten voor domiciliëringen, indien beschikbaar, en van de beschikbare informatie over terugkerende inkomende overschrijvingen, de overschrijvingen met memodatum en door de begunstigde schuldeiser geïnitieerde domiciliëringen die minstens gedurende de voorafgaande dertien maanden voorafgaand aan de datum van de toestemming op de betaalrekening van de consument zijn uitgevoerd. Deze lijst houdt voor de nieuwe betalingsdienstaanbieder geenszins de verplichting in diensten te gaan aanbieden die hij niet verricht;
2° de overdracht van enig overblijvend positief saldo van de aangehouden betaalrekening naar de bij de nieuwe betalingsdienstaanbieder geopende of aangehouden betaalrekening, mits het verzoek alle gegevens bevat die nodig zijn om de nieuwe betalingsdienstaanbieder en de nieuwe betaalrekening te kunnen identificeren;
3° de beëindiging van de aangehouden betaalrekening;
4° de opheffing van de aan de betaalrekening verbonden betaalinstrumenten.
§ 2. De betalingsdienstaanbieder bij welke de consument een betaalrekening aanhoudt, voltooit, mits de consument ten opzichte van deze betaalrekening geen openstaande verplichtingen meer heeft, de in paragraaf 1 bedoelde stappen op de door de consument bepaalde datum, welke ten minste zes werkdagen na de ontvangst van het verzoek van de consument aan de betalingsdienstaanbieder valt. Indien er van openstaande verplichtingen sprake is, stelt de betalingsdienstaanbieder de consument er onverwijld van in kennis dat zijn rekening niet kan worden beëindigd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-12-22/14, art. 22, 057; Inwerkingtreding : 01-02-2018>
1° het kosteloos verstrekken van een lijst van alle bestaande doorlopende betalingsopdrachten, van alle voor en door de betaler-schuldenaar aangestuurde mandaten voor domiciliëringen, indien beschikbaar, en van de beschikbare informatie over terugkerende inkomende overschrijvingen, de overschrijvingen met memodatum en door de begunstigde schuldeiser geïnitieerde domiciliëringen die minstens gedurende de voorafgaande dertien maanden voorafgaand aan de datum van de toestemming op de betaalrekening van de consument zijn uitgevoerd. Deze lijst houdt voor de nieuwe betalingsdienstaanbieder geenszins de verplichting in diensten te gaan aanbieden die hij niet verricht;
2° de overdracht van enig overblijvend positief saldo van de aangehouden betaalrekening naar de bij de nieuwe betalingsdienstaanbieder geopende of aangehouden betaalrekening, mits het verzoek alle gegevens bevat die nodig zijn om de nieuwe betalingsdienstaanbieder en de nieuwe betaalrekening te kunnen identificeren;
3° de beëindiging van de aangehouden betaalrekening;
4° de opheffing van de aan de betaalrekening verbonden betaalinstrumenten.
§ 2. De betalingsdienstaanbieder bij welke de consument een betaalrekening aanhoudt, voltooit, mits de consument ten opzichte van deze betaalrekening geen openstaande verplichtingen meer heeft, de in paragraaf 1 bedoelde stappen op de door de consument bepaalde datum, welke ten minste zes werkdagen na de ontvangst van het verzoek van de consument aan de betalingsdienstaanbieder valt. Indien er van openstaande verplichtingen sprake is, stelt de betalingsdienstaanbieder de consument er onverwijld van in kennis dat zijn rekening niet kan worden beëindigd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-12-22/14, art. 22, 057; Inwerkingtreding : 01-02-2018>
Bron: Justel
