Artikel XX.144, WER
Art. XX.144. [1 Alle schuldvorderingen of geldsommen die aan de gefailleerde verschuldigd zijn, worden door de curatoren opgespoord en tegen kwijting geïnd.
De gelden afkomstig van verkopingen en invorderingen door de curatoren gedaan, worden binnen een maand na ontvangst bij de Deposito- en Consignatiekas gestort. De curator kan een beperkt bedrag op een per faillissement geïndividualiseerde bankrekening bewaren, dienstig voor de lopende verrichtingen, onder toezicht van de rechter-commissaris die daarvan het maximumbedrag bepaalt.
Bij nalatigheid zijn de curatoren verwijlintrest, gelijk aan de wettelijke interest, verschuldigd voor de sommen die zij niet hebben gestort, onverminderd de toepassing van artikel XX.20.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
De gelden afkomstig van verkopingen en invorderingen door de curatoren gedaan, worden binnen een maand na ontvangst bij de Deposito- en Consignatiekas gestort. De curator kan een beperkt bedrag op een per faillissement geïndividualiseerde bankrekening bewaren, dienstig voor de lopende verrichtingen, onder toezicht van de rechter-commissaris die daarvan het maximumbedrag bepaalt.
Bij nalatigheid zijn de curatoren verwijlintrest, gelijk aan de wettelijke interest, verschuldigd voor de sommen die zij niet hebben gestort, onverminderd de toepassing van artikel XX.20.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
Bron: Justel
