Artikel XI.228/5, WER

Art. XI.228/5. [1 § 1. Als geen toestemming wordt verleend, is de verlener van een onlinedienst voor het delen van content aansprakelijk voor niet-toegestane handelingen van mededeling aan het publiek, met inbegrip van het beschikbaar stellen voor het publiek, van werken en prestaties, tenzij de dienstverlener aantoont dat hij:
   1° zich naar beste vermogen heeft ingespannen om toestemming te krijgen; en
   2° overeenkomstig strenge sectorale normen op het gebied van professionele toewijding, zich naar beste vermogen heeft ingespannen om ervoor te zorgen dat bepaalde werken en prestaties waarvoor de rechthebbenden hem de nodige toepasselijke informatie hebben verstrekt, niet beschikbaar zijn; en, in ieder geval,
   3° na ontvangst van een voldoende onderbouwde melding van de rechthebbenden, prompt is opgetreden om de toegang tot de werken en prestaties in kwestie te deactiveren of deze van zijn website te verwijderen, en zich naar beste vermogen heeft ingespannen om toekomstige uploads ervan overeenkomstig de bepaling onder 2°, te voorkomen.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, is een nieuwe verlener van een onlinedienst voor het delen van content waarvan de diensten gedurende minder dan drie jaar beschikbaar waren voor het publiek in de Europese Unie en die een jaaromzet hebben van minder dan 10 miljoen euro, berekend overeenkomstig Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie, aansprakelijk voor niet-toegestane handelingen van mededeling aan het publiek, met inbegrip van het beschikbaar stellen voor het publiek, van werken en prestaties, tenzij de dienstverlener aantoont dat hij:
   1° zich naar beste vermogen heeft ingespannen om toestemming te krijgen; en
   2° na ontvangst van een voldoende onderbouwde melding van de rechthebbenden, prompt is opgetreden om de toegang tot de werken en prestaties in kwestie te deactiveren of deze van zijn website te verwijderen.
   Wanneer het gemiddelde aantal maandelijkse unieke bezoekers van de in het eerste lid bedoelde dienstverlener meer dan vijf miljoen bedraagt, berekend op basis van het voorgaande kalenderjaar, is die dienstverlener aansprakelijk voor niet-toegestane handelingen van mededeling aan het publiek, met inbegrip van het beschikbaar stellen voor het publiek, van werken en prestaties, tenzij de dienstverlener aantoont dat hij:
   1° zich naar beste vermogen heeft ingespannen om toestemming te krijgen; en
   2° na ontvangst van een voldoende onderbouwde melding van de rechthebbenden, prompt is opgetreden om de toegang tot de werken en prestaties in kwestie te deactiveren of deze van zijn website te verwijderen; en
   3° zich naar beste vermogen heeft ingespannen om verdere uploads van de werken en prestaties in kwestie waarvoor de rechthebbenden de nodige toepasselijke informatie hebben verstrekt, te voorkomen.
   § 3. Bij het bepalen of de dienstverlener zijn verplichtingen uit hoofde van de paragrafen 1 en 2 is nagekomen en in het licht van het evenredigheidsbeginsel wordt onder meer rekening gehouden met de volgende elementen:
   1° het type, het publiek en de omvang van de dienst en het soort werken of prestaties die door de gebruikers van de dienst zijn geüpload, en
   2° de beschikbaarheid van passende en doeltreffende middelen en de kosten daarvan voor dienstverleners.
   § 4. De Koning kan, rekening houdend met de dialogen georganiseerd door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 10, van Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG, nadere regels bepalen in verband met de in de paragrafen 1 tot 3 bepaalde voorwaarden, onder meer wat betreft de melding en de nodige toepasselijke informatie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/03, art. 55, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
  

  
Bron: Justel