Artikel VII.53, WER
Art. VII.53. [1 § 1. De betalingsdienstaanbieder van de betaler zorgt ervoor dat de rekening van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel VII.48 voor het bedrag van de betalingstransactie wordt gecrediteerd. Deze termijn kan voor betalingstransacties die op papier worden geïnitieerd, met een bijkomende werkdag worden verlengd.
Voor de uitvoering van elektronisch geïnitieerde nationale betalingstransacties tussen twee betaalrekeningen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde dezelfde persoon is, wordt de termijn bedoeld in het vorige lid, herleid tot het einde van dezelfde werkdag van het ogenblik van de ontvangst zoals bepaald in artikel VII.48.
Voor de uitvoering van elektronisch geïnitieerde nationale betalingstransacties tussen twee betaalrekeningen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde niet dezelfde persoon is, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de termijn bedoeld in het eerste lid, herleiden tot het einde van dezelfde werkdag van het moment van de ontvangst zoals bepaald in artikel VII.48.
§ 2. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde kent een valutadatum aan de betalingstransactie toe en stelt het bedrag beschikbaar op de betaalrekening van de begunstigde, zodra de betalingsdienstaanbieder het geld ontvangen heeft overeenkomstig artikel VII.55/1.
§ 3. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde maakt een door of via begunstigde geïnitieerde betalingsopdracht over aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler binnen de tussen de begunstigde en de betalingsdienstaanbieder overeengekomen termijnen, zodat de afwikkeling van de domiciliëring op de overeengekomen vervaldatum kan plaatsvinden.]1
----------
(1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
Voor de uitvoering van elektronisch geïnitieerde nationale betalingstransacties tussen twee betaalrekeningen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde dezelfde persoon is, wordt de termijn bedoeld in het vorige lid, herleid tot het einde van dezelfde werkdag van het ogenblik van de ontvangst zoals bepaald in artikel VII.48.
Voor de uitvoering van elektronisch geïnitieerde nationale betalingstransacties tussen twee betaalrekeningen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde niet dezelfde persoon is, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de termijn bedoeld in het eerste lid, herleiden tot het einde van dezelfde werkdag van het moment van de ontvangst zoals bepaald in artikel VII.48.
§ 2. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde kent een valutadatum aan de betalingstransactie toe en stelt het bedrag beschikbaar op de betaalrekening van de begunstigde, zodra de betalingsdienstaanbieder het geld ontvangen heeft overeenkomstig artikel VII.55/1.
§ 3. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde maakt een door of via begunstigde geïnitieerde betalingsopdracht over aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler binnen de tussen de begunstigde en de betalingsdienstaanbieder overeengekomen termijnen, zodat de afwikkeling van de domiciliëring op de overeengekomen vervaldatum kan plaatsvinden.]1
----------
(1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
Bron: Justel
