Artikel XX.218, WER

Art. XX.218.[1 Zodra een vordering tot opening van een insolventieprocedure aanhangig wordt gemaakt bij een Belgisch rechtscollege of voornoemd rechtscollege een insolventieprocedure heeft geopend op grond van artikel 118, § 1, tweede lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht, behoort enig verzoek tot samenwerking met een rechtscollege van een andere staat waarbij een vordering tot opening van een insolventieprocedure is ingediend of dat een dergelijke procedure heeft geopend tot de bevoegdheid van de rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter.
   Deze bepaling is ook van toepassing wanneer een Belgisch rechtscollege een procedure betreffende een lid van een vennootschapsgroep heeft geopend, zodra bij een rechtscollege van een andere staat een vordering aanhangig wordt gemaakt tot opening van een procedure betreffende een ander lid van dezelfde groep of voornoemd rechtscollege een dergelijke procedure heeft geopend.
   De rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter is gemachtigd om rechtstreeks te communiceren met de rechtbanken van andere staten of de personen die zij hebben aangewezen of om hen rechtstreeks om gegevens of bijstand te verzoeken.
   De communicatie kan gebeuren via elk geschikt geacht middel.
   De rechter-commissaris of de gedelegeerd rechter vermeldt in het register van de procedure alle contacten die hij heeft met een rechtscollege van een andere staat of met de door dat rechtscollege aangewezen persoon, evenals met een door een rechtscollege van een andere lidstaat aangewezen [2 vereffeningsdeskundige]2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2023-06-07/07, art. 250, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>

  
Bron: Justel