Artikel X.12, WER
Art. X.12. [1 Alleen in de volgende gevallen kunnen de partijen overeenkomen dat het recht op een commissie, zoals bepaald in de artikelen X.8 en X.9 vervalt :
1° indien en voor zover vaststaat dat de derde zijn verbintenissen niet nakomt, behalve wanneer de niet-uitvoering terug te voeren is op omstandigheden die aan de principaal te wijten zijn;
2° indien de uitvoering onmogelijk is geworden zonder dat dit te wijten is aan de principaal;
3° indien de uitvoering van de verrichting redelijkerwijze niet kan geëist worden van de principaal, vooral wanneer er door toedoen van de derde gewichtige redenen bestaan die de niet-uitvoering door de principaal rechtvaardigen.
In alle gevallen bedoeld in dit artikel wordt de commissie die de handelsagent reeds heeft ontvangen, terugbetaald.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-02/21, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
1° indien en voor zover vaststaat dat de derde zijn verbintenissen niet nakomt, behalve wanneer de niet-uitvoering terug te voeren is op omstandigheden die aan de principaal te wijten zijn;
2° indien de uitvoering onmogelijk is geworden zonder dat dit te wijten is aan de principaal;
3° indien de uitvoering van de verrichting redelijkerwijze niet kan geëist worden van de principaal, vooral wanneer er door toedoen van de derde gewichtige redenen bestaan die de niet-uitvoering door de principaal rechtvaardigen.
In alle gevallen bedoeld in dit artikel wordt de commissie die de handelsagent reeds heeft ontvangen, terugbetaald.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-02/21, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
Bron: Justel
