Artikel XI.227, WER
Art. XI.227.[1 § 1. Het recht van de auteur en van de houders van naburige rechten om [2 toestemming te verlenen of te weigeren voor]2 de mededeling aan het publiek via directe injectie [2 ...]2, kan uitsluitend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die in België het recht van mededeling aan het publiek via directe injectie beheren, worden uitgeoefend.
§ 2. Indien de auteur of de houders van naburige rechten het beheer van hun rechten niet aan een beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie hebben opgedragen, wordt de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie die rechten van dezelfde categorie beheert, geacht met het beheer van hun rechten te zijn belast.
Indien de rechten van die categorie door meer dan één beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie worden beheerd, staat het de auteur of de houders van naburige rechten vrij te kiezen welke van die beheersvennootschappen of collectieve beheerorganisaties geacht wordt hun rechten te beheren. Voor hen gelden dezelfde rechten en plichten uit de overeenkomst tussen de distributeurs van signalen, de omroeporganisaties en de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie als voor de rechthebbenden die het beheer van hun rechten aan deze beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie hebben opgedragen. Zij kunnen die rechten doen gelden binnen een termijn van drie jaar te rekenen van de datum van de mededeling aan het publiek, via directe injectie, van hun werk of van hun prestatie.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de rechten die een omroeporganisatie in het kader van haar eigen uitzendingen uitoefent, [2 ongeacht of het om haar eigen rechten gaat dan wel of deze haar door andere rechthebbenden zijn overgedragen,]2 noch op de rechten waarvan de producenten houder zijn ten aanzien van omroeporganisaties.]1
----------
(1)<W 2018-11-25/03, art. 11, 076; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
(2)<W 2022-04-01/04, art. 11, 105; Inwerkingtreding : 01-05-2022>
§ 2. Indien de auteur of de houders van naburige rechten het beheer van hun rechten niet aan een beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie hebben opgedragen, wordt de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie die rechten van dezelfde categorie beheert, geacht met het beheer van hun rechten te zijn belast.
Indien de rechten van die categorie door meer dan één beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie worden beheerd, staat het de auteur of de houders van naburige rechten vrij te kiezen welke van die beheersvennootschappen of collectieve beheerorganisaties geacht wordt hun rechten te beheren. Voor hen gelden dezelfde rechten en plichten uit de overeenkomst tussen de distributeurs van signalen, de omroeporganisaties en de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie als voor de rechthebbenden die het beheer van hun rechten aan deze beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie hebben opgedragen. Zij kunnen die rechten doen gelden binnen een termijn van drie jaar te rekenen van de datum van de mededeling aan het publiek, via directe injectie, van hun werk of van hun prestatie.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de rechten die een omroeporganisatie in het kader van haar eigen uitzendingen uitoefent, [2 ongeacht of het om haar eigen rechten gaat dan wel of deze haar door andere rechthebbenden zijn overgedragen,]2 noch op de rechten waarvan de producenten houder zijn ten aanzien van omroeporganisaties.]1
----------
(1)<W 2018-11-25/03, art. 11, 076; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
(2)<W 2022-04-01/04, art. 11, 105; Inwerkingtreding : 01-05-2022>
Bron: Justel
