Artikel VI.30, WER
Art. VI.30.[1 De minister raadpleegt de [2 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]2 en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO vooraleer een besluit voor te stellen in toepassing van de artikelen VI.25 en VI.29. Hij bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies wordt gegeven. Eenmaal deze termijn verstreken, is het advies niet meer vereist.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
Bron: Justel
