Artikel VII.2, WER

Art. VII.2.[1 § 1. [5 [6 Titels 3, 5, 6 en 7 van dit boek]6 zijn van toepassing op betalingstransacties in de valuta van een lidstaat waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde allebei in een lidstaat zijn gevestigd, of waarbij de enige bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieder zich in een lidstaat bevindt.
   Hoofdstuk 2. van titel 3 van dit boek, met uitzondering van de artikelen VII.15, § 1, 2°, VII.22, 2°, e), en VII.26, 1°, en de hoofdstukken 3 tot 6 van titel 3, met uitzondering van de artikelen VII.51 tot VII.55, zijn, met betrekking tot de delen van de betalingstransactie die binnen een lidstaat worden uitgevoerd, van toepassing op betalingstransacties in valuta's van niet-lidstaten waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde allebei in een lidstaat zijn gevestigd, of waarbij de enige bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieder zich in een lidstaat bevindt.
   Hoofdstuk 2. van titel 3 van dit boek, met uitzondering van de artikelen VII.15, § 1, 2° ), VII.22, 2°, e), VII.22, 5°, g), en VII.26, 1°, en het hoofdstuk 3 van titel 3 van dit boek, met uitzondering van de artikelen VII.30, §§ 2 en 4, VII.46, VII.47, VII.51, VII.53, § 1, [7 ...]7 VII.55/3 en VII.55/8, zijn van toepassing op betalingstransacties in alle valuta waarbij slechts een van de betalingsdienstaanbieders zich in een lidstaat bevindt, met betrekking tot de delen van de betalingstransactie die binnen een lidstaat worden uitgevoerd.
   De hoofdstukken 2 tot 6 van titel 3 van dit boek, met uitzondering van de artikelen VII.8, VII.15, VII.18, VII.22, VII.36, VII.38 en VII.55/10, zijn niet van toepassing op de aanbieders van rekeninginformatiediensten.
   Hoofdstuk 9/1. van titel 3 van dit boek, is, met uitzondering van artikel VII.62/3, van toepassing indien de overdragende en de ontvangende betalingsdienstaanbieder in België gevestigd zijn. Het artikel VII.62/3 is alleen van toepassing wanneer de overdragende betalingsdienstaanbieder in België is gevestigd.
   Behoudens andersluidende bepalingen is dit boek van toepassing op de betalingsdiensten, als vermeld in § 1, uitgevoerd in euro of in de valuta van een lidstaat buiten de eurozone. De artikelen VII.4/1 tot VII.4/4, VII.43, VII.44 en VII.62/1 tot VII.62/7 van dit boek zijn evenwel van toepassing op de betalingsdiensten ongeacht de gehanteerde valuta.
   De hoofdstukken 1/1 en 9/1 van titel 3 van dit boek zijn van toepassing op:
   1° betaalrekeningen waarmee consumenten ten minste geldmiddelen op een betaalrekening kunnen plaatsen, contanten van een betaalrekening kunnen opnemen, en betalingstransacties, met inbegrip van overschrijvingen van en naar derden, kunnen ontvangen en uitvoeren;
   2° vooraf betaalde kaarten.
   De Koning kan, rekening houdende met de aard en beschikbaarheid van de aangeboden betalingsdiensten, vooraf betaalde instrumenten uitsluiten van alle of sommige bepalingen van de hoofdstukken 1/1 en 9/1 van titel 3.
   Dit boek is ook van toepassing op de uitgifte en terugbetaalbaarheid van elektronisch geld door uitgevers van elektronisch geld.
   De bepalingen van boek VII, titel 3, hoofdstuk 11, regelen een aangelegenheid als bedoeld in artikel 1 van verordening (EU) nr. 2015/751.]5
  § 2. [6 Titels 4 tot 6 en 7 van dit boek]6 zijn van toepassing op de kredietovereenkomsten gesloten met een consument die [8 op de datum van het sluiten van de kredietovereenkomst]8 in België zijn gewone verblijfplaats heeft, op voorwaarde dat
  1° de kredietgever zijn commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in België, of
  2° dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op België of op verscheidene landen, met inbegrip van België, en de overeenkomst onder die activiteiten valt.
  Hoofdstuk 1 van titel 4 is enkel van toepassing op het consumentenkrediet.
  Hoofdstuk 2 van titel 4 is enkel van toepassing op het hypothecair krediet.
  Hoofdstuk 2 van titel 5 is enkel van toepassing op het consumentenkrediet.
  Hoofdstuk 3 van titel 5 is enkel van toepassing op het hypothecair krediet.
  [8 § 2/1. De artikelen VII.148, § 1, eerste lid, 2° en 3°, tweede lid, en §§ 2 en 3, VII.149, § 2, en VII.150 tot VII.155, zijn van toepassing op kredietovereenkomsten waarbij geen enkele van de betrokken consumenten zijn gewone verblijfplaats in België heeft op de datum van het sluiten van de kredietovereenkomst, met een kredietgever die zijn beroepsactiviteit uitoefent in België, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op België of op verscheidene landen, met inbegrip van België, en de overeenkomst onder die activiteiten valt.]8
  § 3. Niettegenstaande de bepalingen van §§ 1 en 2 kunnen partijen, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), het recht kiezen dat van toepassing is op een overeenkomst die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1 van deze Verordening. Deze keuze mag er evenwel niet toe leiden dat de consument de bescherming verliest welke hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens de toepasselijke Belgische regelgeving bij gebreke van rechtskeuze.
  § 4. Onverminderd de bepalingen van de [5 artikelen VII.5, VII.29]5 en VII. 194 tot VII. 208, is elk met de bepalingen van dit boek en van zijn uitvoeringsbesluiten strijdig beding verboden en nietig van rechtswege voor zover het ertoe strekt de rechten van de consument of van de betalingsdienstgebruiker in te perken of zijn verplichtingen te verzwaren.
  Onverminderd de bepalingen [5 van artikel VII.29]5 zijn elk van de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden verboden en nietig van rechtswege voor zover die ertoe strekken de bewijslast voor de naleving van alle of een deel van de in dit boek bedoelde verplichtingen die rusten op de betalingsdienstaanbieder, de kredietgever of de kredietbemiddelaar, op de betalingsdienstgebruiker of de consument te leggen. Het komt aan de kredietgever toe het bewijs te leveren dat hij heeft voldaan aan de verplichtingen inzake kredietwaardigheidsbeoordeling, bedoeld in [3 de artikelen VII.69, VII.75, VII.77, VII.126, VII.127, § 1, VII.131 en VII.133]3, van de consument en desgevallend van de steller van een persoonlijke zekerheid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB2014-04-19/40, art. 1)>
  (2)<W 2016-06-29/01, art. 10, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (3)<W 2017-04-18/03, art. 7, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
  (4)<W 2017-12-22/14, art. 4, 057; Inwerkingtreding : 01-02-2018>
  (5)<W 2018-07-19/09, art. 4, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
  (6)<W 2018-04-15/14, art. 98, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  (7)<W 2022-09-25/14, art. 11, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>
  (8)<W 2023-07-31/04, art. 2, 130; Inwerkingtreding : 01-01-2024>

  
Bron: Justel