Artikel XX.51, WER

Art. XX.51.[1 § 1. Tijdens de opschorting kan voor schuldvorderingen in de opschorting geen enkel beslag worden gelegd, onverminderd het recht van de schuldeiser om een wettelijke of conventionele zekerheid te vestigen. Op dergelijke zekerheden is artikel XX.111, 3°, niet van toepassing.
  [3 De reeds eerder gelegde beslagen behouden hun bewarend karakter, maar de rechtbank kan, naar gelang van de omstandigheden en in zoverre de handlichting geen beduidend nadeel veroorzaakt aan de schuldeiser, er handlichting van geven op verslag van de gedelegeerd rechter na de schuldeiser en de schuldenaar gehoord te hebben. Het verzoek tot handlichting wordt ingeleid bij verzoekschrift dat in het register wordt neergelegd.]3
   § 2. Indien de dag die vastgesteld is om over te gaan tot de gedwongen verkoop van roerende goederen afloopt binnen een termijn van twee maanden na het neerleggen van het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, en indien de schuldenaar, in voorkomend geval, geen gebruik gemaakt heeft van het recht tot schorsing in toepassing van artikel XX.44, § 2, of indien zijn verzoek werd verworpen, kunnen de werkzaamheden van verkoop op beslag worden verdergezet, ondanks het vonnis tot opening [3 van de procedure]3. De schuldenaar die geen gebruik gemaakt heeft van het recht tot schorsing in toepassing van artikel XX.44, § 2, kan alsnog aan de rechtbank vragen de schorsing uit te spreken na de gedelegeerd rechter te hebben gehoord in zijn verslag, en de schuldenaar. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsende werking. Indien de schorsing van de verkoop is uitgesproken, zullen de kosten voortgebracht uit deze schorsing ten laste zijn van de verzoeker. De termijnen worden berekend overeenkomstig de artikelen 52 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
   § 3. Indien de dag die vastgesteld werd om over te gaan tot de gedwongen verkoop van onroerende goederen afloopt binnen een termijn van twee maanden na het neerleggen van het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, en indien de schuldenaar geen gebruik gemaakt heeft van het recht tot schorsing in toepassing van artikel [3 XX.44, § 3]3, of indien zijn verzoek werd verworpen, kunnen de werkzaamheden van verkoop op beslag worden verdergezet, ondanks het vonnis tot opening van de gerechtelijke reorganisatie. [3 De schuldenaar die geen gebruik gemaakt heeft van het recht tot schorsing met toepassing van artikel XX.44, § 3, kan alsnog aan de rechtbank vragen de schorsing uit te spreken op verslag van de gedelegeerd rechter en na de schuldenaar te hebben gehoord. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsende werking. Indien de schorsing van de verkoop wordt uitgesproken, zullen de kosten die voortvloeien uit deze schorsing ten laste zijn van de verzoeker.]3 De termijnen worden berekend overeenkomstig artikelen 52 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
   Alleszins zal de notaris de verkoopswerkzaamheden dienen te schorsen indien de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn:
   1° [3 op uitdrukkelijk verzoek van de schuldenaar spreekt de rechtbank de schorsing van de gedwongen verkoopswerkzaamheden uit voorafgaand aan of gelijktijdig met de beslissing tot opening van de procedure, na de gedelegeerd rechter te hebben gehoord in zijn verslag, evenals de ingeschreven hypothecaire [4 schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte schuldeisers, desgevallend de in het Pandregister geregistreerde schuldeisers, de beslagleggende schuldeiser en de schuldeisers die een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden en de schuldenaar]4. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsend effect. De werkelijke kosten waaraan de notaris werd blootgesteld in het kader van de gedwongen verkoop, tussen zijn aanstelling en het neerleggen van het verzoekschrift, zijn ten laste van de schuldenaar;]3
   2° een met deze kosten overeenstemmend bedrag wordt overgemaakt op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder;
   3° De gerechtsdeurwaarder stelt de notaris onmiddellijk in kennis hiervan per exploot;
   Deze voorwaarden dienen ten minste drie werkdagen voor de dag die werd vastgesteld om over te gaan tot de gedwongen verkoop, te worden vervuld.
   De gerechtsdeurwaarder maakt het overgeschreven bedrag over in handen van de notaris binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst ervan. Dit bedrag zal bestemd zijn voor de betaling [2 van deze kosten]2.
   § 4. In geval van beslag lastens verscheidene schuldenaren van wie een van hun een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie heeft ingediend, wordt de gedwongen verkoop van roerende en onroerende goederen voortgezet overeenkomstig de regels van het roerend of onroerend beslag afhankelijke van het geval [2 , zonder afbreuk te doen aan paragrafen 1 tot 3]2. In geval van verkoop op uitvoerend onroerend beslag maakt de notaris in voorkomend geval, na betaling van de [2 ...]2 [3 bijzondere]3 hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, het saldo over van het deel van de verkoopprijs dat toekomt aan de schuldenaar, aan deze laatste of aan de [3 vereffeningsdeskundige]3 in geval van opening van een procedure door overdracht onder gerechtelijk gezag. Deze betaling is bevrijdend evenals de betaling gedaan door de koper overeenkomstig artikel 1641 van het Gerechtelijk Wetboek.
   § 5. In ieder geval dient de schuldenaar onmiddellijk de notaris of de gerechtsdeurwaarder belast met de verkoop van het goed schriftelijk in kennis te stellen van [3 het neerleggen van een verzoek op grond van paragraaf 2 of 3]3. Indien een verzoek tot schorsing van de verkoop werd ingesteld door middel van dit verzoekschrift, dient de schuldenaar gelijktijdig de notaris hiervan in kennis te stellen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2018-04-15/14, art. 225, 059; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (3)<W 2023-06-07/07, art. 74, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  (4)<W 2023-12-19/05, art. 78, 125; Inwerkingtreding : 06-01-2024>

  
Bron: Justel