Artikel XV.17, WER

Art. XV.17.[1 § 1. Met het oog op het opsporen en vaststellen van inbreuken op de bepalingen van boek VII [5 , titels 1 tot 6]5, en van zijn uitvoeringsbesluiten, hebben de in artikel XV. 2 bedoelde ambtenaren de bevoegdheid de onderneming te benaderen door zich voor te doen als cliënten of potentiële cliënten, zonder dat zij hun hoedanigheid en de omstandigheid dat de bij deze gelegenheid gedane vaststellingen kunnen worden aangewend voor de uitoefening van het toezicht, moeten mededelen. Blijven vrij van straf, de ambtenaren bedoeld in artikel XV. 2, die in dat kader strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen.
   Zij kunnen daarbij de bevoegdheden uitoefenen bedoeld in de artikelen XV.3, 2° en XV.4.
  [2 Meer in het bijzonder, met het oog op het opsporen en vaststellen van inbreuken op de bepalingen van de Verordening (EU) nr. 2015/751, met uitzondering van zijn artikel 7, [3 de artikels VII.34 tot VII.37, VII.64 en VII.65]3 evenals inbreuken op de bepalingen van het koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel VII.63/1 en van artikel VII.63/2 van het Wetboek van economisch recht, kunnen zij de Bank raadplegen die hen, in voorkomend geval, bijstand verleent en hen de vertrouwelijke informatie meedeelt overeenkomstig het artikel 36/14, 17°, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België.]2
   De betrokken persoon of personen waarbij vaststellingen worden gedaan mogen niet worden geprovoceerd in de zin van het artikel 30 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering.
   Deze bevoegdheid kan enkel worden uitgeoefend indien het voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk is om de reële omstandigheden die gelden voor gewone cliënten of potentiële cliënten te kunnen vaststellen.
   Tenzij de vaststellingen betrekking hebben op de naleving van een of meer bepalingen van [4 boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, met uitzondering van artikel VII.183, § 5, 4°]4 kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV. 2 kunnen een proces-verbaal van waarschuwing of een proces-verbaal opstellen of een administratieve sanctie voorstellen die onder meer gesteund is op de overeenkomstig het eerste lid gedane vaststellingen.
   Indien een proces-verbaal van waarschuwing, een proces-verbaal of een administratieve sanctie onder meer gesteund is op de overeenkomstig het eerste lid gedane vaststellingen dan wordt de onderneming hierover voorafgaandelijk geïnformeerd, hetzij bij de mededeling van het afschrift van het proces-verbaal van waarschuwing of het proces-verbaal, hetzij uiterlijk één maand voor het aanvatten van de procedure tot het opleggen van een administratieve sanctie.
   § 2. De in artikel XV. 2 bedoelde ambtenaren zijn eveneens bevoegd voor het opsporen en het vaststellen van de daden die, zonder strafbaar te zijn, het voorwerp kunnen zijn van een vordering tot staking op initiatief van de minister. De processen-verbaal die daaroverworden opgesteld, hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen.
   In de uitoefening van hun ambt beschikken de in het eerste lid bedoelde ambtenaren over de bevoegdheden vermeld in artikel XV.3, 1° tot 3° en 5°.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 4, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>
  (2)<W 2016-12-01/12, art. 4, 040; Inwerkingtreding : 25-12-2016>
  (3)<W 2018-07-19/09, art. 12, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
  (4)<W 2018-07-30/47, art. 32, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>
  (5)<W 2018-04-15/14, art. 199, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  
Bron: Justel