Artikel XI.75/4, WER
Art. XI.75/4.[2 § 1.]2 [1 Het Instituut voor Octrooigemachtigden heeft tot taak:
1° de lijst van zijn leden op te stellen;
2° een permanente vorming van zijn leden te coördineren;
3° te waken over de naleving van het tuchtreglement en de gedragsregels;
4° adviezen te verlenen over materies die tot zijn bevoegdheid behoren, hetzij op eigen initiatief, hetzij op aanvraag van overheidsinstanties of van openbare of particuliere instellingen;
5° informatie uit te wisselen met de Commissie tot erkenning van de gemachtigden over de status van het lidmaatschap van de leden van het Instituut.]1
[2 § 2. Het doel van de verwerking van persoonsgegevens door het Instituut, in zijn hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke, is de goede interne werking, de bewaking van de toegang tot en de uitoefening van het beroep van octrooigemachtigde, met inbegrip van het goede verloop van de tuchtprocedures, de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten in België of in andere landen, het beheer van het lidmaatschap, de coördinatie van permanente vorming en het verlenen van adviezen en informatie over materies die tot zijn bevoegdheid behoren.
Het Instituut verwerkt de volgende categorieën van persoonsgegevens:
1° identiteitsgegevens;
2° contactgegevens;
3° bankgegevens;
4° attesten en bewijsstukken;
5° alle persoonsgegevens die de betrokken persoon wenst te delen met het Instituut.
De bewaartermijn van persoonsgegevens mag niet langer zijn dan één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van het Instituut behoren en, in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, bestuurlijke en tuchtprocedures en rechtsmiddelen. Gegevens met betrekking tot gerechtelijke, bestuurlijke of tuchtprocedures mogen in geen geval door het Instituut worden bewaard wanneer zij het voorwerp hebben uitgemaakt van een uitwissing van de veroordeling of een herstel in eer en rechten in strafzaken zoals beschreven in boek II, titel VII, hoofdstuk IV, van het Wetboek van strafvordering.
De Koning kan de nadere regels voor de verwerking van persoonsgegevens door het Instituut bepalen.]2
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 24, 061; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
(2)<W 2022-09-25/06, art. 13, 119; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
1° de lijst van zijn leden op te stellen;
2° een permanente vorming van zijn leden te coördineren;
3° te waken over de naleving van het tuchtreglement en de gedragsregels;
4° adviezen te verlenen over materies die tot zijn bevoegdheid behoren, hetzij op eigen initiatief, hetzij op aanvraag van overheidsinstanties of van openbare of particuliere instellingen;
5° informatie uit te wisselen met de Commissie tot erkenning van de gemachtigden over de status van het lidmaatschap van de leden van het Instituut.]1
[2 § 2. Het doel van de verwerking van persoonsgegevens door het Instituut, in zijn hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke, is de goede interne werking, de bewaking van de toegang tot en de uitoefening van het beroep van octrooigemachtigde, met inbegrip van het goede verloop van de tuchtprocedures, de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten in België of in andere landen, het beheer van het lidmaatschap, de coördinatie van permanente vorming en het verlenen van adviezen en informatie over materies die tot zijn bevoegdheid behoren.
Het Instituut verwerkt de volgende categorieën van persoonsgegevens:
1° identiteitsgegevens;
2° contactgegevens;
3° bankgegevens;
4° attesten en bewijsstukken;
5° alle persoonsgegevens die de betrokken persoon wenst te delen met het Instituut.
De bewaartermijn van persoonsgegevens mag niet langer zijn dan één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van het Instituut behoren en, in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, bestuurlijke en tuchtprocedures en rechtsmiddelen. Gegevens met betrekking tot gerechtelijke, bestuurlijke of tuchtprocedures mogen in geen geval door het Instituut worden bewaard wanneer zij het voorwerp hebben uitgemaakt van een uitwissing van de veroordeling of een herstel in eer en rechten in strafzaken zoals beschreven in boek II, titel VII, hoofdstuk IV, van het Wetboek van strafvordering.
De Koning kan de nadere regels voor de verwerking van persoonsgegevens door het Instituut bepalen.]2
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 24, 061; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
(2)<W 2022-09-25/06, art. 13, 119; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
Bron: Justel
