Artikel XV.10/7, WER

Art. XV.10/7.[1 De persoonsgegevens die verwerkt worden overeenkomstig de bepalingen van dit boek worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn van tien jaar:
   1° na de definitieve vaststelling dat er geen inbreuken werden begaan door de betrokken persoon;
   2° indien is vastgesteld dat de waarschuwing bedoeld in de artikelen XV.16/4, XV.31, XV.31/1 [2 , XV.65, § 1, 1°, of XV.66/7, § 1,]2 werd nageleefd, vanaf het ogenblik van de vaststelling van de regularisatie;
   3° vanaf het ogenblik dat een toezegging werd verkregen of aanvaard zoals bedoeld in [2 de artikelen XV.31/2 of XV.66/7, § 1, vierde lid, 7°,]2 en er geen verdere administratieve of strafrechtelijke vervolging is voorzien;
   4° vanaf het ogenblik van de vaststelling van de betaling van de transactie bedoeld in artikel XV.61;
   5° vanaf het ogenblik dat een definitieve administratieve beslissing is genomen, in het bijzonder deze bedoeld in artikel XV.60/2;
   6° vanaf het ogenblik dat toepassing is gemaakt van de minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of de bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of enige andere rechterlijke procedure.
   In het geval van een gerechtelijke procedure wordt de in het eerste lid bedoelde maximale bewaartermijn van tien jaar verlengd, in voorkomend geval, tot de definitieve beëindiging van die procedure.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-11-05/07, art. 43, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
  (2)<W 2024-05-15/13, art. 25, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>

  
Bron: Justel