Artikel XI.192, WER
Art. XI.192.[1 § 1. De auteur kan de uitlening van werken van letterkunde, databanken, fotografische werken, partituren van muziekwerken, geluidswerken en audiovisuele werken niet verbieden wanneer die uitlening geschiedt met een educatief of cultureel doel door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht.
[2 De auteur kan de uitlening door een in België gevestigde toegelaten entiteit aan een begunstigde of een andere toegelaten entiteit gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, van een exemplaar in toegankelijke vorm niet verbieden, wanneer die uitlening geschiedt [3 zonder winstoogmerk en met het oog op]3 exclusief gebruik door een begunstigde [3 ...]3.]2
§ 2. De uitlening van geluidswerken en audiovisuele werken kan pas plaatsvinden twee maanden na de eerste verspreiding van het werk onder het publiek.
Na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten, kan de Koning voor alle fonogrammen en eerste vastleggingen van films of voor bepaalde daarvan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen of verkorten.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde instellingen die door de Koning worden aangewezen, mogen werken van letterkunde, databanken, fotografische werken, geluids- en audiovisuele werken alsook partituren van muziekwerken invoeren die voor het eerst buiten de Europese Unie rechtmatig zijn verkocht en die op het grondgebied van die Unie niet aan het publiek worden verdeeld, ingeval die invoer geschiedt voor openbare uitleningen met een educatief of cultureel doel en voor zover zulks geen betrekking heeft op meer dan vijf exemplaren of partituren van het werk.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2018-11-25/04, art. 6, 068; Inwerkingtreding : 22-12-2018>
(3)<W 2022-06-19/03, art. 17, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
[2 De auteur kan de uitlening door een in België gevestigde toegelaten entiteit aan een begunstigde of een andere toegelaten entiteit gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, van een exemplaar in toegankelijke vorm niet verbieden, wanneer die uitlening geschiedt [3 zonder winstoogmerk en met het oog op]3 exclusief gebruik door een begunstigde [3 ...]3.]2
§ 2. De uitlening van geluidswerken en audiovisuele werken kan pas plaatsvinden twee maanden na de eerste verspreiding van het werk onder het publiek.
Na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten, kan de Koning voor alle fonogrammen en eerste vastleggingen van films of voor bepaalde daarvan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen of verkorten.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde instellingen die door de Koning worden aangewezen, mogen werken van letterkunde, databanken, fotografische werken, geluids- en audiovisuele werken alsook partituren van muziekwerken invoeren die voor het eerst buiten de Europese Unie rechtmatig zijn verkocht en die op het grondgebied van die Unie niet aan het publiek worden verdeeld, ingeval die invoer geschiedt voor openbare uitleningen met een educatief of cultureel doel en voor zover zulks geen betrekking heeft op meer dan vijf exemplaren of partituren van het werk.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2018-11-25/04, art. 6, 068; Inwerkingtreding : 22-12-2018>
(3)<W 2022-06-19/03, art. 17, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
Bron: Justel
