Artikel VII.216/110, WER
Art. VII.216/110. [1 Indien de cheque handtekeningen bevat van personen die onbekwaam zijn zich door middel van een cheque te verbinden, valse handtekeningen of handtekeningen van verdichte personen bevat, of handtekeningen welke, onverschillig om welke andere reden, de personen die deze handtekeningen op de cheque hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen van de andere personen wier handtekening op de cheque voorkomt, niettemin geldig.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 149, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 149, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
