Artikel VI.91/8, WER

Art. VI.91/8.[1 § 1. In voorkomend geval kan op de bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen" een beroep worden gedaan door de minister of de minister bevoegd voor Middenstand, wanneer deze het bestaan van een onevenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen in de contractvoorwaarden van sommige beroepsactiviteitsectoren vaststellen.
   De interprofessionele en bedrijfsgroeperingen kunnen de bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen" om advies verzoeken over modelovereenkomsten gesloten in hun beroepsactiviteitsectoren.
   In de gevallen bedoeld in de vorige leden, zal de bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen" kennis nemen van de bedingen en voorwaarden die gebruikt worden in modelovereenkomsten van bepaalde beroepsactiviteitsectoren.
  [2 § 1/1. De bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen kan de ondernemingen die actief zijn in een sector die het voorwerp uitmaakt van een vraag om advies, eisen dat zij haar, binnen de termijn die zij vaststelt, hun bedingen en contractvoorwaarden overmaken.
   De betrokken ondernemingen kunnen zich bij dit verzoek niet beroepen op het bedrijfsgeheim, noch op een geheimhoudingsclausule.
   De leden van de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen en al diegenen die aan haar werkzaamheden deelnemen, zijn gehouden tot geheimhouding voor de feiten, daden en inlichtingen waarvan zij uit hoofde van hun ambt kennis hebben.]2
   § 2. De bijzondere raadgevende commissie "Onrechtmatige bedingen" maakt geen vertrouwelijke of bedrijfsgevoelige bedingen of voorwaarden bekend in hun beroepsactiviteitsectoren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-04-04/53, art. 21, 080; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  (2)<W 2024-02-09/19, art. 23, 129; Inwerkingtreding : 31-03-2024>

  
Bron: Justel