Artikel IV.100, WER

Art. IV.100. [1 § 1. De auditeur-generaal kan de Europese Commissie verzoeken een marktonderzoek te openen overeenkomstig artikel 41, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) 2022/1925.
   Om te beoordelen of er redelijke gronden zijn in de zin van voormelde leden van artikel 41 van Verordening (EU) 2022/1925, kan de auditeur-generaal overeenkomstig artikel IV.27, §§ 2 en 3, een personeelslid van het auditoraat als auditeur aanwijzen die met de dagelijkse leiding van het onderzoek wordt belast, en een onderzoeksteam samenstellen. De artikelen IV.40 tot IV.40/5 zijn van overeenkomstige toepassing op het onderzoek.
   § 2. Indien een Belgische autoriteit die lid is van een in artikel 40, lid 2, van Verordening (EU) 2022/1925 opgesomd netwerk, een geëigende openbare instelling of ander overheidslichaam dat belast is met de controle of het toezicht op een economische sector, meent dat er redenen zijn om de Europese Commissie te verzoeken een marktonderzoek te openen, meldt deze dat aan de auditeur-generaal.
   Wanneer de auditeur-generaal redenen ziet om met toepassing van paragraaf 1, eerste lid, te verzoeken een marktonderzoek te openen, vraagt hij advies aan de andere betrokken autoriteiten alvorens het verzoek te doen.
   Relevante informatie, met inbegrip van vertrouwelijke informatie, uitgewisseld tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en de andere betrokken instanties in het kader van de toepassing van artikel 41 van Verordening (EU) 2022/1925, kan alleen worden uitgewisseld met inachtneming van artikel 36 van deze Verordening en voor zover dit noodzakelijk en evenredig is met het doel van het verzoek om een marktonderzoek en de follow-up daarvan met de Europese Commissie. Indien beschikbaar wordt een niet-vertrouwelijke versie van de uitgewisselde informatie op verzoek verstrekt door de instantie die de informatie verstrekt aan de instantie die de informatie ontvangt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2024-03-29/39, art. 54, 131; Inwerkingtreding : 13-05-2024>
  

  
Bron: Justel