Artikel VIII.62, WER

Art. VIII.62. [1 § 1. De in bijlage 1 bij dit boek bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften zijn uitsluitend van toepassing voor zover de naleving ervan:
   1° geen ingrijpende wijziging van een dienst vereist, resulterend in een fundamentele wijziging van de wezenlijke aard ervan, en
   2° geen onevenredige last voor de betrokken dienstverleners oplevert.
   Indien bepaalde toegankelijkheidsvoorschriften resulteren in een fundamentele wijziging of een onevenredige last, zoals bedoeld in het eerste lid, en andere toegankelijkheidsvoorschriften niet, worden deze laatste onverminderd nageleefd. Indien bepaalde toegankelijkheidsvoorschriften slechts gedeeltelijk resulteren in een fundamentele wijziging of een onevenredige last, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt het gedeelte van dat toegankelijkheidsvoorschrift dat geen fundamentele wijziging vereist of onevenredige last oplevert, onverminderd nageleefd.
   § 2. Dienstverleners voeren een beoordeling uit om te bepalen of het naleven van de in bijlage 1 bij dit boek bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften tot een fundamentele wijziging leidt of, op grond van de relevante criteria bedoeld in bijlage 3 bij dit boek, een onevenredige last oplevert, overeenkomstig paragraaf 1.
   § 3. De dienstverleners documenteren de in paragraaf 2 genoemde beoordeling. Indien een of meerdere toegankelijkheidsvoorschriften resulteren in een fundamentele wijziging of een onevenredige last, zoals bedoeld in paragraaf 1, worden de relevante criteria bedoeld in bijlage 3 bij dit boek per toegankelijkheidsvoorschrift opgenomen in de beoordeling, waarbij concreet wordt verduidelijkt wat de precieze impact is. Zij bewaren alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat een dienst voor het laatst op de markt is verleend. De dienstverleners verstrekken aan de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2, op hun verzoek, een exemplaar van de in paragraaf 2 bedoelde beoordeling.
   § 4. Dienstverleners die een beroep doen op paragraaf 1, eerste lid, 2°, vernieuwen voor elke categorie of soort dienst de beoordeling betreffende het bestaan van een onevenredige last:
   1° naar aanleiding van een wijziging van de aangeboden dienst; of
   2° op verzoek van de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2; en
   3° in ieder geval, ten minste om de vijf jaar.
   § 5. Indien dienstverleners uit andere bronnen dan hun eigen middelen financiering ontvangen ter verbetering van de toegankelijkheid, ongeacht of het om publieke of particuliere financiering gaat, kunnen zij geen beroep doen op paragraaf 1, eerste lid, 2°.
   § 6. Dienstverleners die voor een specifieke dienst een beroep doen op paragraaf 1, verstrekken proactief informatie over het feit dat ze zich beroepen op één van de uitzonderingen, bedoeld in paragraaf 1, aan de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2.
   De Koning kan bepalen op welke wijze de dienstverleners de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 hiervan op de hoogte kunnen brengen en welke informatie precies meegedeeld moet worden.
   § 7. De Koning kan de lijst van criteria voor de beoordeling van onevenredige last bedoeld in bijlage 3 bij dit boek wijzigen, aanvullen en verduidelijken.
   De ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 kunnen reglementen uitvaardigen over de wijze waarop de criteria bedoeld in bijlage 3 bij dit boek beoordeeld of geïnterpreteerd worden. In voorkomend geval hebben deze reglementen enkel uitwerking na goedkeuring ervan door de Koning.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-11-05/06, art. 15, 141; Inwerkingtreding : 28-06-2025>
  

  
Bron: Justel