Artikel XI.64/3, WER

Art. XI.64/3. [1 Elke persoon die onderdaan is van een lidstaat, die op wettige wijze is gevestigd in een lidstaat om er het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, en die zich voor het eerst naar het Belgisch grondgebied begeeft om er tijdelijk of incidenteel het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, dient voorafgaandelijk aan deze uitoefening daartoe te voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1° als het beroep van octrooigemachtigde niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging, dit beroep te hebben uitgeoefend in een of meer lidstaten gedurende ten minste een jaar tijdens de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting;
   2° een schriftelijke verklaring te hebben ingediend, waarvan de Koning de vereiste inhoud, de bestemmeling en de overige nadere regels bepaalt.
   De schriftelijke verklaring wordt eenmaal per jaar verlengd indien de dienstverrichter voornemens is om gedurende dat jaar in België tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.
   Het tijdelijke of incidentele karakter van de dienstverrichting wordt per geval door de raad van het Instituut voor Octrooigemachtigden, bedoeld in artikel XI.75/3, § 1, beoordeeld, met name in het licht van de duur, de frequentie, de regelmaat en de continuïteit ervan.
   Voor de eerste dienstverrichting, of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter eveneens de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot en met d), van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 10, 061; Inwerkingtreding : 01-04-2024>
  

  
Bron: Justel